Vlinders vangen 21/x: Zijn Strijd

Gisterenavond, toen mijn vrouw al lag te slapen, heb ik Hitler gelezen. Zijn boek, Mijn Stijd, had ik al even in mijn collectie. In zeer slechte staat, helemaal uit elkaar gevallen in losse katernen, maar toch verkocht voor een geeltje. Was deze uitgave, uit 1942, in een redelijke of goede staat geweest, dan had ik er vijfhonderd euro voor kunnen krijgen (een paarsje?). Een populair boek dus.

Populairder dan ooit misschien wel. Ik had er flink mee lopen koketteren op de sociale media. Vriendinnen van mijn vrouw hadden al geadviseerd om die berichten te verwijderen, wat ik als antiquaar met principes volstrekt niet van plan was. Anderzijds was ik ook niet van plan het te lezen, maar ik heb het toch gedaan, uiteraard. Ik heb Freud gelezen, Marx niet laten liggen en dan nog wat Frankfurters verslonden, Mao ligt op mijn TBR en dan mag Hitler natuurlijk niet ontbreken in dit illustere gezelschap van twintigste-eeuwse filosofen. Mijn insteek was om te bladeren tot ik iets van Marx of marxisten tegenkwam.

Het is een goed boek. Iedereen die het tegendeel beweert vind ik een beetje flauw. Het is helder geschreven, er zitten geopolitieke uiteenzettingen in, spannende passages over knokpartijen met marxisten, natuurlijk veel jodenhaat en humor. Humor ja. We denken altijd dat Duitsers geen humor hebben maar ook dat is blijkbaar een complottheorie. Het was een heel mannelijk boek, voor wat ik er van had gelezen, een pagina of vijftien. Als ik het met iets uit onze cultuur moet vergelijken, dan met een film als Fight Club of Mad Max, een soort compromisloze mannelijkheid en vechtlust. Het boek heet ook niet voor niets “Mijn Strijd”. Het gaat over de strijd die Adolf Hitler heeft gevoerd om aanvoerder van zijn volk te worden.

Er is natuurlijk niet veel dat niet algemeen bekend is over de jaren 30, zou je denken. Maar toch wist ik niet dat marxisten in de Weimar-republiek met knokploegen vergaderingen van burgers kwamen verstoren onder de noemer dat ze anti-proletarisch zouden zijn. Fabrieksarbeiders werden opgeroepen om in het publiek te zitten en elke bijeenkomst te verstoren die door de roden als antirevolutionair werd gezien. Als ik Hitler moet geloven was de NSDAP een welkom tegengeluid tegen de oproerkraaiers van het communisme. Natuurlijk, nu ik dit zo schrijf weet ik wel dat dit algemene kennis is, maar toch. De revolutie was al lang bezig toen Hitler op het toneel verscheen. De Kristallnacht heeft misschien wel niet eens zo veel wenkbrauwen doen fronsen als we thans denken, omdat de malversaties van de rode brigade uit onze geschiedenisboeken is geschrapt, niet alleen in de jaren dertig trouwens, maar ook in de jaren zestig zeventig tachtig.

Het lijkt nu wel alsof ik een kant aan het kiezen ben en dan de wandaden van rechts aan het afstrepen ben tegen die van links, nog even en ik begin de Holocaust te bagatelliseren. Zulks ben ik niet van plan, maar ik wil wel even gezegd hebben, in het kader van het vangen van vlinders, dat we in onze geest appels helemaal niet met appels aan het vergelijken zijn. Ik heb een verboden boek gelezen, een boek dat niemand heeft gelezen en wie het wel heeft gedaan schudt schaapachtig het hoofd, dat het een slecht boek is, het slechtste boek dat ze ooit hebben gelezen, zoals ook de schilderijen van Hitler de slechtste kunstwerken zijn die een mens ooit uit zijn penseel heeft gekregen. Misschien moeten we het langs die kant benaderen.

Wij hebben geen neutrale blik op de wereldgeschiedenis, allerminst. Eigenlijk is de figuur van Adolf Hitler het epicentrum van een zwart gat, wat onze blik op ons verleden, ons heden en onze cultuur ernstig verduistert. Het is een soort besmetting die begint bij deze man. Hitler is een anti-profeet. Zijn invloed op de menselijke ideeëngeschiedenis is negatief, alles dat hij aanraakte is nu taboe, onrein.

Ik kon het niet meer ontkennen toen ik eens op een markt stond, of eigenlijk voor de deur van een andere winkelier op straat in Sint Andries, toen ik een tijdschriftbundel vast had met de titel ‘Volksheil’, een tijdschrift van gymnastiek uit de jaren zeventig van de negentiende eeuw. Een voorbijganger trok een vies gezicht, ‘Volk’, en ‘Heil’, een samentrekking van twee onreine woorden. En daar dacht ik, dit klopt niet. Hitler was nog niet eens geboren toen deze tijdschriften werden gedrukt! Dat is wat ik bedoel met dat zwarte gat rond Hitler, het gaat zo ver dat zelfs aspecten uit de geschiedenis van voor zijn geboorte onrein zijn, want Hij heeft zich de woorden ‘Volk’ en ‘Heil’ toegeëigend en daardoor zijn ze onrein geworden, zelfs tot voor zijn geboorte.

Als we een lijst zouden maken met onreine woorden, begrippen, concepten, wetenschappen, mythologieën, denkwijzes, haardrachten, kledingvoorschriften, landen (Duitsland), beroepen, filosofen, muzikanten, thema’s, visies, enzovoorts, enzovoorts, dan zouden we eindeloos bezig zijn. En zoals we hierboven zagen, de onreinverklaring gaat terug in de tijd, het is een taboeïsering met terugwerkende kracht. Om die reden is het veld van onbekendheid, het terra incognita in het zwarte gat, groot, en misschien zelfs groeiende. Eén van die onreine thema’s, of woorden, of concepten, of wetenschappen, of denkwijzes, dat was de weerstand rond het woord ‘omvolking‘, waarmee gelijk de demografie in quarantaine wordt geplaatst. Daar heb ik gezegd ‘Ho.’, daardoor ben ik nu een rechtse blogger geworden. Omvolking is een onrein concept, een heidens concept, zo zou je het kunnen vertalen. Besmet. Occult. Niet raar of vreemd, dat is interessant, of gevaarlijk, dat is ook interessant, nee, Haram. Taboe, zoals Freud het noemt. Taboe. Dat is Hitler en dus ook alles wat er ook maar in de verste verte met hem te maken heeft. En door dat taboe is er veel onbegrip over onze geschiedenis.

Ik heb het taboe ook gemerkt op de opleiding geschiedenis die ik twee keer heb gevolgd. De geschiedenis is altijd zo opgeknipt dat er een vooroorlogse periode en een naoorlogse periode is, maar nooit een oorlogse periode. De geschiedenis stopt in het interbellum en in 1945 pakken we de draad weer op. Waarom? Omdat de Tweede Wereldoorlog, zo redeneren beroepshistorici, al genoeg is behandeld, daar valt niets meer te ontdekken. Bovendien hangt er een geur van amateurisme omheen. Amateurhistorici houden zich bezig met troepenbewegingen rond Stalingrad en de psyche van Hitler, daar hoeven de beroepshistorici hun vingers niet aan te branden. Onrein dus, zelfs voor historici.

Er was één professor die zijn vingers graag wou branden aan de stoofketel, en dat was Willem Melching, door zijn themakeuze automatisch beroepsprovocateur binnen de faculteit en een graag geziene gast in de Nederlandse media, zodra het over Hitler of de geschiedenis van Duitsland gaat. Het was geen cursus over Hitler die hij gaf, maar over het Tijdperk van het Totalitarisme, de moderniteit, zo u wil, waar de postmoderniteit zich tegen afzette. Moeiteloos trok hij parallellen tussen Hitler, Mussolini en Stalin, die voor hem alle drie aan dezelfde ideologische, esthetische, totalitaire soep zaten te eten. Links en rechts bestonden niet voor hem, het fascisme en het communisme waren dezelfde pot nat.

En dat idee werd zeker onderbouwd in de biografie van Hitler. Herbert Marcuse, die maar elf jaar jonger was dan Hitler, maakte deel uit van de communistische voorhoede die de revolutie moest brengen in Duitsland zoals in Rusland, door elke bijeenkomst en elke lezing van burgers te komen verstoren, desnoods met geweld. Het vrije en open debat, zoals we dat na de oorlog als vanzelfsprekend zijn gaan omarmen, die bestond niet toen Hitler aan de macht kwam, omdat Marcuse en zijn bendeleden, allemaal jongens uit families met zestien kinderen waarbij moeder de vrouw niet ging tellen of iedereen wel meeat bij elke maaltijd, in de avonduren de democratie met vlaggen en knuppels te lijf aan het gaan waren. En dus in die tijd, tegen die context, was er een man die geweld met geweld beantwoorde. Die niet, zoals die brave Duitse huisvaders, beroep deed op de goede manieren en de senioriteit van de dagvoorzitter, maar die knokploegen klaar had staan om de communisten de deur uit te trappen als ze kwamen beweren dat er niets anders dan de wil van het proletariaat te horen mocht zijn op inspraakavonden. Dat lezingen van Hitler niet, zoals bij die burgers, op het laatste moment werden geannuleerd (gecanceld, zouden we nu zeggen), maar dat de jongens van Hitler die vuile communisten, die al klaarstonden met hun bierpullen, tot bloedens toe te lijf gingen, terwijl ze nog wel zwaar in de minderheid waren maar door felheid en vastberadenheid wisten ze dan toch de overhand te krijgen en de communisten buiten te werken, waarbij er ook nog wat schoten werden gelost, maar ondertussen was er zo veel bloed overal dat die paar verdwaalde kogels niet meer uitmaakten, en dat toen de communisten buiten waren gezet, de dagvoorzitter het woord terug aan Hitler gaf “waar waren we gebleven?” Hahahaha! En dan, als de kust veilig is, komt de politie binnen, typisch, om te zeggen dat de vergadering is afgelast. Hahahaha! Wat een suffe sukkels zijn dat toch, die politieagenten. Geen partij voor de witte nationalisten of de rode communisten die in die tijd met grof geweld de dienst uitmaakten, in Rusland zoals in Duitsland.

Die wil van het proletariaat als een dwangbevel waartegen niet gedebatteerd mocht worden, die heeft Hitler in een simpele vertaalslag verandert in de wil van het volk. Het internationale socialisme heeft hij omgevormd tot een nationaal-socialisme, waarbij het Heil wel degelijk gebracht kon worden binnen de steeds verder oprukkende landsgrenzen van het steeds maar groter en sterker wordende Duitse volk.

En dus nu leven we in een wereld waarin het totalitarisme van Hitler, waarbij de wil van het volk centraal stond, onrein is verklaard, terwijl het totalitarisme van Marcuse, waarbij de wil van het proletariaat centraal stond, nog altijd op de kansel wordt gepredikt. Waarbij een geweldsverleden ter linkerzijde wordt gekaderd als een stoer verhaal uit een andere tijd, als het al ter sprake komt, terwijl een armbeweging, symbool of kreet ter rechterzijde als een geweldsdelict wordt gekaderd.

Die verkleuring ontneemt ons een helder zicht op de werkelijkheid. Obscurantisme, in welke vorm dan ook, is kwalijk. Als we Hitler niet mogen lezen dan zullen we ons verleden nooit een plek kunnen geven, dan blijft het maar in ons Onderbewuste rondwaren als een onverwerkt trauma dat te pas en te onpas, via versprekingen en beelddromen aan de oppervlakte komt borrelen.

Eén reactie

  1. Dit is een ratjetoe van observaties, anekdotes en semi-provocatieve meningen die niet altijd logisch op elkaar aansluiten. Het lijkt meer geschreven om te choqueren of interessant te doen dan om echt iets uit te leggen. Een paar dingen die mij opvallen:

    Structuur: de tekst springt van hak op de tak. Eerst over een tweedehandsboek en de prijs ervan, dan over “Fight Club”-achtige mannelijkheid, dan over taboes in de historiografie, dan weer over Marcuse, Melching, totalitarisme. Er zit weinig lijn in.

    Brongebruik: er wordt voortdurend gezegd “als ik Hitler moet geloven”, maar tegelijk worden passages klakkeloos overgenomen alsof het nieuwe inzichten zijn. Dat maakt het heel wankel. Je mist de nodige historische context of nuance.

    Provocatie om de provocatie: de schrijver lijkt zich te vermaken met het idee dat hij een “verboden boek” leest, en gebruikt dat als kapstok om taboes en dubbele standaarden aan te kaarten. Dat kan een legitiem onderwerp zijn, maar hier voelt het eerder als een pose.

    Dubbele beweging: enerzijds wordt toegegeven “ik wil niet bagatelliseren”, anderzijds wordt wel voortdurend gedaan alsof “links net zo erg was” en alsof dat een verhelderend inzicht is. Dat geeft een scheve indruk.

    Stijl: veel ironie, losse vergelijkingen (“Mad Max”, “Fight Club”), anekdotische uitweidingen, rare lachjes (“Hahahaha!”). Dat komt eerder puberaal over dan diepgravend.

    Like

Plaats een reactie