
We moeten het hebben over de wolf en over de vraag of hij mee op restaurant mag als hij dat zou willen. De tijd dat je hem alleen nog maar aantrof in het rooster van je auto (en dan moest je nog geluk hebben) die is voorbij. Hij kan elk moment uit de bosjes komen als een onverwachte, maar zeker geen onaangename, speelkameraad van je kind. Dat gaat er stoeiig maar trouwhartig aan toe, want zo is de wolf wel. Voor bijt- of krabwonden hoef je je als ouder geen zorgen te maken
Want, zo hebben we geleerd, net als bij haaien hoeven wij ons geen zorgen te maken dat ons kind ooit door een wolf wordt opgegeten. Sterker nog, de kans dat het kind zelf in het rooster van diezelfde auto terecht komt is ontelbare vele malen groter dan dat het in de muil van meneer de wolf belandt. Waarvan akte.
Nu is er wel één zeer belangrijk verschil tussen mevrouw de haai en meneer de wolf. Haai eet vis. De vis die haai niet opeet, die eten wij op en andersom. De oceaan is lekker groot, dus er is genoeg vis voor iedereen. En wij lusten trouwens alleen maar oppervlaktevis dus de eeuwige jachtvelden daar beneden, daar zal mevrouw de haai weinig last van ons hebben.
Maar dan meneer de wolf… Wij hebben enorm veel moeite gedaan voor ons vlees. Generaties lang hebben we onze beestjes opgefokt en volgepropt met blaadjes, die we zelf ook weer opgefokt en volgepropt hebben met kunstmest, die we zelf gemaakt hebben van aardgas die we zelf uit de aarde hebben gepompt. En wat deed meneer de wolf al die tijd? Die leefde gewoon van dag tot dag. Werd ’s morgens wakker en pas bij het vallen van de avond dacht hij “ik begin wel een hongertje te krijgen” en dan als hij niks te eten had gevonden ging hij huilen bij volle maan van de honger.
Logisch dus dat onze voorouders als ze ’s morgens wakker werden de schaapĵes telden om zich ervan te vergewissen dat onze grote vriend in de bosjes, onverdorven en speels als hij is, niet stiekem valsspeelde door ons schaapje te eten, in plaats van zijn eigen hertje. Want ja, dat deed meneer de wolf regelmatig. Heel regelmatig. Met de regelmaat van de klok zelfs. Onze voorouders die telden schaapjes tot ze er van in slaap vielen.
Dus, onze voorouders die hadden op een bepaald moment door dat ze niet tot een éénduidige overeenkomst konden komen met meneer de wolf, dus toen werd hij uitgewezen naar plekken waar de mens niet in de buurt was om schapen te tellen. Of wolven te tellen, trouwens. Meneer de wolf werd verbannen naar die gigantische lappen land waar zelfs het tellen van de hectares al te veel is gevraagd, zo schreef Tolstoi. Hier kon de wolf lekker zijn gang gang.
Maar terwijl de wolf weg was gebeurde er vanalles in dat kleine groene stukje aarde waar de mens bivakeerde. De afstand tussen het schaapje in de wei enerzijds, en de Terrines en de Côtelettes d’Agneau gelardeerd met cornichons en persillades in het met tafellaken gewitte restaurants waar de schaapjes onder het gemompel van allerhande klimaatneutraal gebeuzel worden verorberd anderzijds, die afstand die werd steeds groter.
Totdat de restaurantgasten na afwisselende glaasjes Pinot Noir en Cabernet Sauvignon ineens over de wolf begonnen te praten en samen tot de conclusie kwamen dat het toch jammer is dat die wolf zo ver weg is. “Vroeger”, zo hoort de kelner één van restaurantgasten spreken “hoefde je hier in het dorp maar het bos in te lopen, of je werd al vergezeld door onze vierpotige vriend”. Zijn vrouw doet daar moeiteloos nog een schepje bovenop “bij de Native Americans wordt de wolf gezien als een beschermende spirit, die wijsheid en kracht biedt”, en zo gaat het gesprek moeiteloos over in de teloorgang van de mens, die in al zijn schraapzucht en eigenwaan de wereld naar de bliksem heeft geholpen.
Maar dat kleine stukje groene aarde waar de mens bivakeert wordt steeds kleiner. In het Oosten van Europa rijden steeds minder auto’s, waardoor meneer de wolf ook makkelijker dichterbij kon komen. Ook in het Zuiden van Europa kan de wolf moeiteloos rondtrippelen tussen alle spookdorpen die door de mens zijn achtergelaten in zijn trektocht naar Noord-West Europa. De wolf doet het goed, zijn kinderen ook, die doen het ook goed, net als de klein- en achterkleinkinderen. Allemaal doen ze het hartstikke goed in Europa.
Maar hoe zit het nu met onze schapen? Want dat was waar die oneenigheid mee begon, bij onze voorouders. Welnu, wij hebben met z’n allen afgesproken dat we de wolf gewoon zijn gang laten gaan in schapenzaken. In plaats van de levende schapen tellen we nu de dode. Sinds 2015 zijn dat er in Nederland 4639 geweest. Daarnaast zijn er ook 1147 gewonde schapen geteld. Nu weet ik niet of die gewonde schapen alsnog bij ons in het restaurant worden geserveerd of niet, dat zou ik even moeten navragen. De dode in elk geval niet, dat weet ik vrij zeker.
We laten de wolf dus lekker mee-eten van onze kotelletjes. De overheid betaalt, de teller staat nog net onder 1 miljoen euro, dus de schapenboeren die hoeven ook niet te klagen en de belastingbetaler die klaagt pas als het om een bedrag van meer dan zes nullen gaat. Onze schaapjes staan netjes opgesteld in met prikkeldraad omringde veldjes, waar de wolf gemakkelijk in kan en de schaapjes moeilijk uit.
We passen ons een beetje aan aan de wolf. Eet de wolf een schaap? Geen probleem, we hebben er toch genoeg. Komt de wolf in het park? Geen probleem, hij hoort daar thuis, wij niet. Mag de wolf op restaurant? … Wat een stomme vraag is dat zeg, de wolf is een wild dier, die lust alleen maar rauw vlees en die heeft niets te zoeken in een restaurant. Aha, maar dat is de vraag niet. De vraag is: Mag de wolf op restaurant?
Dat honden niet op restaurant mogen, dat is normaal. Die hebben we opgevoed om braaf te zijn. Ratten en duiven en kakkerlakken die mogen zeker niet in een restaurant komen, want dat is ongedierte, die zijn vies. Kreeften mogen wel op restaurant, want die gaan we nog opvreten. Maar de wolf? In welke categorie valt de wolf nu eigenlijk? We zijn gewend om met dieren om te gaan die een ander dieet hebben dan wij. Honden eten hondenbrokjes, vliegen eten poep, spinnen eten vliegen, wormen eten compost, katten eten van die smerige pasta waar wij van moeten kokhalzen, geiten eten oude schoenzolen en duiven eten onze broodkruimels. Maar wolven? Die eten schaapjesvlees, net als wij. Zeker voor onze moslimachtige medemens die geen halouf mag eten is het dieet van meneer de wolf en het dieet van meneer de mens nogal gelijkaardig. We eten al hetzelfde, alleen moet de wolf zijn schaapje buiten in de kou opeten terwijl wij warmpjes binnenzitten, op restaurant. Is dat nou wolfwaardig?
- Zakendoen in VlaanderenOp een dag had ik een opdracht om een video te bewerken, die ik aan het neefje van mijn vriendin ging geven, omdat hij student audiovisuele media was. Om gevoel te krijgen bij hoeveel ik hem ongeveer moest betalen had ik een oproepje geplaatst op een freelancewebsite, waar veel Nederlandse freelancers op actief waren. Maar… Lees meer: Zakendoen in Vlaanderen
- De macht van de historicusGeschiedenis is de studie van verhalen die feitelijk zouden moeten zijn. Geschiedenis is niet, zoals je zou denken, de studie naar het verleden. Talloze studies houden zich bezig met het verleden. Archeologie, bijvoorbeeld, bestudeert het menselijke verleden aan de hand van bodemvondsten. Geologie bestudeert het verleden aan de hand van de bodem zelf. Genealogie bestudeert… Lees meer: De macht van de historicus
- De lucht is groen!Ik was net aangenomen op mijn eerste baan als verkoper van video’s en daar was een afvalrace aan voorafgegaan waarbij ik dus als één van de winnaars uit de bus was gekomen en om dat te vieren ging ik in mijn eentje nog een flink potje zuipen waarbij de nacht eindigde op de bovenste verdieping… Lees meer: De lucht is groen!

meesterlijk, als vanouds. Fijn dat je de pen nog hanteert …
LikeLike