Vlavoho de eindsprint 2/x: O redacteur

Beste Redacteur,

Hoe is het daar? Ik hoop goed. Ben je me nog niet vergeten? Ik had laatst alle blogs in de serie Vlaanderen voor Hollanders naar je gestuurd om er een boek mee te maken maar ik wacht nog steeds op antwoord. Elke dag krijg ik meer twijfels over de slaagkansen van deze missie, niet over de verkoopkansen maar over of ik dat boek wel kan schrijven. Misschien is de kans al verkeken, misschien ben ik wel te laat.

JARENLANG dacht ik dat ik te vroeg was, dat ik de Vlaamse ziel nog niet genoeg in mijn vingers had om er een boekje over te schrijven maar nu, al een tijdje eigenlijk, ben ik aan het denken dat ik misschien wel al te laat ben. Het is al meer dan tien jaar geleden inmiddels, even tellen, misschien wel een jaar of elf, dat ik de grens over trok van Holland naar België, de rivieren over, langs Roosendaal, Breda, om dan hier uit te komen en hier eens even goed te observeren wat wij Nederlanders allemaal kunnen leren van en over die Belgen of Vlamingen. Talloze losse blogs schreef ik al. Nu heb ik al die ouwe meuk naar jou gestuurd om er in een professioneel journalistiek-artistiek één-tweetje een boek van te beeldhouwen. Gemakshalve zou je zeggen, alles de prullenmand in, een leeg vel en we beginnen opnieuw, maar beste redacteur dat kan niet meer om het doodsimpele feit dat ik die broodnuchtere lompe kinderlijke naïeve bril al lang ben kwijt geraakt onderweg, die ligt ergens op de bodem van de Amazonerivier waar ik ben op gekanood om ergens in die zijrivieren steeds hogerop en landinwaarts te pedellen totdat ik in een ultieme integratiepoging met Tijgerlelie ben getrouwd, we verwachten inmiddels een Belgisch kind en het Vlaamse Huis hebben we ook al gekocht, de baksteen in mijn maag groeit al synchroon met de vrucht van mijn vrouw en dan zou ik nu nog, a la fucking Derk Jan Eppink of Godfried Bomans een jolig bedoeld boek moeten schrijven waarin de Vlaamse volksziel nog maar eens keer uit de doeken wordt gedaan zodat de Hollanders het enigma eindelijk eens een keer gaan begrijpen.

Dat kan, maar daar heb ik u voor nodig, o redacteur, ik red het niet alleen, ik ben reddeloos verloren. Ik bivakeer hier al tien jaar in de jungle met een lange baard, oe oe geluidjes makend met de plaatselijke inboorlingen. Denkend aan Holland komen er nog wel bomenrijen en kanalen bovendrijven maar dat is niet genoeg om een boek mee te schrijven, de beschaafde wereld van boven de rivieren is een ver vervlogen herinnering geworden. O redacteur, help me nou toch uit de brand, een boek schrijf je niet alleen, dat is een sprookje waar alleen volwassenen in geloven die te oud zijn voor een rondleiding in de uitgeverij en die nog willen geloven in literatuur en journalistiek en de auteur als held in zijn eigen verhaal. O redacteur help me nou, ik kan niet eens een fatsoenlijke brief schrijven over de problemen waartegen ik aanloop in de aanloop naar het nakende schrijverschap.

Dus: een Hollander loopt de stationswinkel, de Bruna als dat nog bestaat, binnen en moet van de stapels met bestsellers een boek pakken dat hij wil lezen op de trein, waarvan één de titel draagt “Vlaanderen voor Hollanders. [ondertitel]”. Hij kiest juist die, gaat zitten in het stiltecoupé van de intercity naar Delft, slaat het boek open… en dan? WAT DAN REDACTEUR? WAT MOET IK DAN ZEGGEN?

Redacteur, ik kan dit project niet zonder jou afwerken, je weet het. Hup, veeg alle oude blogs maar van tafel en laten we opnieuw beginnen met een schone lei maar ik heb die oude blogs nog wel nodig om mijn oude blik niet te verliezen, toen mijn ogen niet gewend waren aan het duister, toen de junglegeluiden ’s nachts nog niet klonken als het ruisen van de bomen en het roepen van de dieren van wie ik toen nog niet wist welke eetbaar zijn en dewelke mij konden opeten beste redacteur breng me terug naar toen, toen Antwerpen nog de stad van mijn dromen was in plaats van een stapel stenen op mijn graf, wat zeg ik, ik mag blij zijn als het troosteloze veldje waar mijn as over wordt uitgestrooid niet wegens oververassing wordt gesloten voor die paar ellendelingen die mijn bestaan willen herdenken beste redacteur, hoe ging dat ook al weer, efficiënt en doelgericht de neuzen dezelfde kant op krijgen? Mijmeren over goden in frankrijk die wél wisten hoe je het leven moest ontkurken zonder jezelf voorbij te plannen? Hoe klonken die belgenmoppen ook al weer die we aan elkaar vertelden? Waarom waren ze ook alweer zo grappig? Ik weet het niet redacteur, help me nou toch! S.O.S. zo sein ik u, een tienjarig project dreigt te verdwijnen zonder dat er ooit een druppel inkt heeft gevloeid en zonder dat er ook maar één boom is geveild om die Hollanders nog maar eens uit te leggen dat de wereld niet stopt aan de grens. Elfjarig bedoel ik, ik ben de tel al kwijt ziet u.

JIJ moet ik zeggen, anders voel je je zo oud.

Met literaire groet,

erwt

Plaats een reactie