Nederland in Verval 4: de Turk

Tot vorig jaar bestond de Turk in Nederland nog niet. ‘Allochtoon’ en ‘Marokkaan’ waren synoniemen, over Turken werd niets gezegd. De afgelopen maanden zijn er twee dingen gebeurd die dat hebben veranderd. Ten eerste zijn door de vluchtelingencrisis alle schijnwerpers naar de portier van Europa gegaan: Erdoğan. Het tweede is dat de Turkse partij Denk media-aandacht begon te krijgen.

Kuzu (vert. ‘Lam’) en Özturk (vert. ‘de essentie van Turksheid’) waren jaren actief in de PvdA voordat ze uit die partij stapten om een eigen fractie te beginnen. Blijkbaar was de tijd rijp om op eigen benen te staan en had de Turk in Nederland geen PvdA meer nodig. Het is geen geheim dat Turken dankbaar gebruik maken van de naïviteit van centrumlinks. Turkije is het meest nationalistische land van Europa en Turken zijn niet in staat om te begrijpen dat je niet het eigen volk als uitgangspunt neemt. De AKP van Erdogan is (Koerden niet meegerekend) nog de minst nationalistische partij van Turkije. Als Turken dus naar de Nederlandse politiek kijken dan verstaan ze alleen de taal van Geert Wilders, hoe paradoxaal dat ook moge klinken.

En dus zit Nederland nu opgescheept met een partij die de belangen van de internationale Turkse gemeenschap vertegenwoordigt maar tegelijkertijd de Nederlandse debatcultuur dusdanig goed kent dat het iedere aanval kan afslaan. Het electoraat is in de eerste plaats de Turkse gemeenschap, maar door discriminatie te omarmen (je zal een Turk nooit horen zeggen dat hij gediscrimeerd wordt. Behalve als het hem uitkomt of als hij Zihni Özdil heet) kunnen ze hun kiezerspubliek uitbouwen tot heel niet-blank Nederland en bij uitbreiding links blank schuldbewust Nederland. Dat zal behoorlijk schipperen worden voor Kuzu, maar het lijkt hem goed af te gaan.

Turken zijn naar Nederland gehaald om zwaar werk te verrichten in tijden van arbeidstekort. Sindsdien heeft de Turk de middenstand veroverd. De bakker, de slager en de groenteman zoals we ze kennen van oude video’s worden nu vooral door Turken bemenst, terwijl de Nederlanders de levensmiddelensector hebben overgedragen aan steeds minder supermarktketens. Zo is de middenstand uitgehold en wat er van over is is Turks, en reken maar dat die kapitaalkrachtig is. Voor de eenheid in een natiestaat is het desastreus als de kleine zelfstandige loyaal is aan een buitenlandse mogendheid. Vooral als die twee naties voortdurend ideologisch botsten en als de buitenlandse mogendheid voortdurend journalisten en columnisten vastzet. Desastreus.

Meer lezen?

Advertenties

De zwartepietendiscussie als godsdiensttwist

still1-3a23702Het is augustus, de pepernoten liggen weer in de winkel en dus barst de zwartepietendiscussie weer los. Op het gebied van media gaat de propiet-documentaire Wild Geraas tegenwicht bieden aan de vorig jaar verschenen antipiet-docu Zwart Als Roet. Op het gebied van de Nederlandse retail heeft Bijenkorf zich antipiet verklaard en Blokker zich bij kamp propiet geschaard. V&D volgt de lijn van het Sinterklaasjournaal. Op het juridische front staat antipiet Kno’ledge Cesare terecht voor mishandeling van een agent terwijl de Nederlandse staat zich voor het VN-tribunaal moet verantwoorden wegens institutioneel racisme.

Voor historici zijn dit zware tijden, want wij zouden de waarheid in pacht hebben. We worden voortdurend bij de revers van onze tweedjas gegrepen en heen en weer geschud: “zeg ze dat Zwarte Piet stamt van een Germaanse duivelscultus, lang voordat er zoiets als slavernij bestond!” roept propiet. “Zeg ze dat het Sinterklaasfeest een klassiek staaltje invented tradition is, grotendeels afkomstig uit de koker van schoolmeester Jan Schenkman!” toetert antipiet. Maar wij gaan helemaal niemand overtuigen. Wij bekijken het gebeuren van een afstandje en duiden de boel met blogs als deze.

Nederland is een atheïstisch land en misschien wordt om die reden het geloof in St. Nicolaas buitengewoon serieus genomen. Vele tientallen sinterklaasliederen kunnen door de gemeenschap probleemloos worden meegezongen, waarmee de algemene kennis van de liturgie niet onder doet aan die van een kerkganger uit de jaren ’50. Vooral als rekening wordt gehouden met het feit dat de traditie slechts twee maanden per jaar wordt gepraktiseerd, en dan nog hoofdzakelijk door kinderen. Maar ik ga niet proberen om Sinterklaas in religieuze termen te vatten, want dat is veel te ingewikkeld. Ik ga de zwartepietendiscussie wel als godsdiensttwist opvatten om daarmee iets bloot te leggen van de Nederlandse volksaard.

Nederland heeft vele, vele kerkscheuringen gekend. Die waren vaak het resultaat van theologische discussies waar we tegenwoordig de ernst moeilijk van op waarde kunnen schatten. Vragen als ‘Hoeveel engelen passen er op de punt van een naald?’ en ‘Heeft de slang wel of niet tot Eva gesproken in het paradijs?’ hebben families en dorpen gesplijt. De Nederlanders zijn een vredelievend volk, maar staan in een traditie van factievorming om de meest onbenullige dogmatische kwesties.

Als historici over honderd jaar over de zwartepietendiscussie lezen dan zal ze hetzelfde gevoel bekruipen als wij krijgen bij het lezen over kerkscheuringen. Rationeel valt het wel te benaderen: de zwartepietendiscussie moet geplaatst worden in een context van een wereldwijde emancipatiegolf tegen racisme, die net als de tweede feministische golf, maatschappelijke ongelijkheid aankaart nu wettelijke gelijkheid is bereikt. Deze toekomstige historici zullen zich echter moeilijk de emoties kunnen voorstellen die opspelen als ‘de kleur van piet’ ter sprake komt. Antipiet verwijt propiet racisme, propiet verwijt antipiet een vijand te zijn van zijn eigen cultuur. Beide verwijten zijn waar, de meningen zijn er alleen over verdeeld welk verwijt het zwaarst weegt.

En nu? Anno 2015 heerst nog altijd de gedachte dat het Sinterklaasfeest nationaal erfgoed is, dat het Nederlandse volk één en ondeelbaar is en dat er, net als in budgettaire politiek, een compromisvoorstel mogelijk is waarin beide partijen zich kunnen vinden. Dat is ook letterlijk wat er aan de Verenigde Naties is beloofd. Dom. Het is ondenkbaar dat er een ‘invulling van de traditie’ gevonden zal worden waarin beide kampen zich kunnen vinden, of dat zoiets überhaupt vanuit de politiek geïmplementeerd kan worden. Een kerkscheuring is onvermijdelijk en de scheur zal lopen tussen gemeentes, winkelmerken en scholen.

In verhullende terminologie, waarvan wij allen tegen die tijd de betekenis zullen kennen, zal aangekondigd worden in welke vorm piet zijn intocht doet in de gemeente, school of woonkamer. Twee maanden per jaar worden families en dorpen gesplijt om op hun eigen manier de traditie te bezigen. Achter gesloten gordijnen zal de traditie zich razendsnel verder ontwikkelen en zal piet wellicht de kans krijgen om zich van vrolijke neger terug te veranderen in zwart geschminkte demon die kinderen angst aanjaagt, zoals op bijvoorbeeld Ameland ook al “honderden jaren” gebeurt. Lang leve tradities.