Vlinders vangen 4/x (Stilte als Performancekunst)

Toen ik de winkel uitging waar ik dat boek over Ensor, maar eigenlijk over sociale ongelijkheid had gevonden, de schuilplaats van de vlinder namelijk de kunstafdeling van de boekenwinkel, toen gritste ik ook het laatste nummer mee van Rekto Verso, editie 104: klassiek. Dit is magazine voor cultuur en KRITIEK. Het is een “gratis kwartaalblad dat de wereld beschouwt vanuit kunst en cultuur. Het biedt cultuurliefhebbers een verdiepende blik op film, podium, muziek, literatuur en beeldende kunst”

Dus dat zijn ze: Film, Podium, Muziek, Literatuur en Beeldende Kunst. Maar gaat het dan over Marvelfilms, Stand-up Comedy, Techno, Scandinavische Thrillers en NFTs? Nee, natuurlijk niet. Kunst en Cultuur gaat altijd over Oude films, Oude podiumkunsten, Oude muziek, Oude literatuur en Oude kunst. Het publiek van Kunst en Cultuur met een hoofdletter K en hoofdletter C, zijn dan ook in eerste plaats Oude mensen. Maar deze oude mensen, die willen niet oud zijn! Dus de aspiratie is juist dat vernnieuwende, juist dat streepje hip hop bij de opera, juist die kleurling die over dekolonisatie komt praten, juist die transgender schrijver, juist die robotcomponist. En dan zijn er her en der stemmen die menen dat dit te ver gaat. En die spanning tussen het conserveren van dat Oude maar ook tegelijkertijd dat blijven vernieuwen, dat en niets anders is het geheel van de inhoud van een blad als Rekto Verso.

Maar dat kleine universumpje van geconserveerde cultuurstijlen, dat museum van vervlogen tijden kent vele ‘werelden’, die ook steevast zo worden genoemd, als ‘wereld’. Dit nummer is een special over de ‘wereld’ van klassieke muziek. En de kritiek want daar gaat het om op deze wereld is dat het nog te conservatief is. Van alle werelden is de beeldende kunst duidelijk het meest politiek en het minst technisch, maar klassiek heeft nog een inhaalslag te maken op het vlak van engagement.

Het eerste artikel is geschreven door Djuwa Mroivili, “Toen klassiek pianist en performer Djuwa Mroivili auditie deed voor conservatoria, vlocht die voor het eerst hun haren in, bang dat hun afro als een statement zou worden gezien”, zo luidt de eerste zin. De toon (sic) is gezet, wat we nu niet gaan bespreken is de algemene schema van het artikel (afro-persoon zonder gender stoort zich aan publiek van oude witte mannen), want die valt al af te leiden uit de eerste zin. Het thema is ook al gegeven, Nina Simone, niet klassiek maar wel zwart. Ik wil iets verder kijken naar die vlinder. Djuwa zit op het snijvlak van Activisme, Art en Academic, want ze schrijft in het artikel dat ze in 2020 “werkte aan mijn scriptie over verschillende vormen politiek activisme van Zwarte (hoofdletter sic) vrouwen als Nina Simone en Beyoncé.” Dus we zien hier ook hoe het onderzoek zich toespitst op activisme, en dat dit onderzoek ook gedaan wordt op het conservatorium ArtEZ in Zwolle, waaruit we kunnen concluderen dat het conservatorium van ArtEZ meer is, zoveel meer is, dan alleen leren piano spelen. Ja, juist ook daar leren de studenten om een scriptie te schrijven over activisme. Maar naast onderzoeker naar activisme en artiest is Mroivili ook zelf activist. De opleiding die ze heeft genoten staat in principe vrij ver af van bijvoorbeeld een post-docer uit de sociale wetenschappen die researcher is, en daarnaast ook activist. Er is al zo veel research naar politiek activisme van Zwarte vrouwen zoals Beyoncé, waarom zou een conservatorium student hier nog aan bijdragen? Wel, omdat ze dan nu alles heeft wat die universitaire sociologen hebben, namelijk die scriptie over activisme en die titel van activist, maar daarnaast ook zelf op een podium staat en daadwerkelijk iets kan, namelijk piano spelen. Mroivili heeft al die duffe academici als het ware in de binnenbocht ingehaald en rijdt voorop, terwijl die academici niets anders hebben dan die duffe drs titel die toch niet meer wordt gebezigd in deze eeuw. Daarnaast is ze zwart, waardoor alle subsidiedispensers als zonnebloemen haar kant uit groeien. Mroivili is een heldin en schrijft daarom het openingsartikel van deze Rekto Verso.

Wat kunnen we van Mroivili leren? Dat we weinig horen van concertzalen en conservatoria (de Forten) over Palestina, terwijl “die niet lang geleden statements maakten over dekolonisatie”. Dat is het gevaar natuurlijk. Vanaf het moment dat een Fort zich engageert, dan moet het ook meebewegen met de verschuivende engagementsdoelen. Je tekent een contract dat nog kan worden aangepast. Concertzalen kunnen wat leren van die andere planeet, de Theaterwereld, want daar wordt meer rond Gaza gedaan. Hoppa, zet er maar druk op! Pak ze maar eens goed aan, die klassieke muziekwereld. De stilte van de klassiekemuziekwereld maakt ze heel tastbaar. “in de afwezigheid van stellingname hoor ik het geschuifel, het gekuch, het uitpakken van een pepermuntje, alles om het ongemak van een gesprek over kolonialisme en de doorwerking daarvan te vermijden”. Die “valse neutrale stilte” noemt ze een performancekunst die deel is geworden van de klassiekemuziektraditie.

Stilte als kunst. Maar dan ook niet letterlijke stilte, maar het gebrek aan engagement, het engagementstekort, ook dat kan kunst zijn. Althans, in dit stuk wordt die stilte, het niet-uitspreken, “performancekunst” genoemd. Is het kunst? Is een moeilijke vraag. Kunst is debat. Dat leren we. Zelfs Ensor maakte met zijn kunst een statement, dus ook Oude meesters worden meegenomen in die visie van Kunst als Debat. l’art pour l’art is de boeman, dit is hoe het plebs in al zijn onwetendheid naar kunst kijkt. Kunst als een kunstje, iets kunnen, dat is niet van deze eeuw. Debat, dat is Kunst. En dan als je daar al bent, dan is het nog maar een kleine stap om niet-debat, de antoniem van debat, ook als kunst te noemen. Want antonimisering is een voortdurende denkoefening binnen het cultuurmarxisme. Within or without, without or within, en zo zullen we later nog talloze voorbeelden noemen. Dus Mroivili, die naast activist en artiest ook een beetje academicus is, voor haar is kunst als debat een absolute vanzelfsprekendheid, het antoniem van debat is dan stilte, en ze quote daarin John Cage: “there is no such thing as empty time .. there is always something to hear”.

Dus, we redeneren even netjes uit:

1. Kunst is debat
2. Het Fort Klassiek, de IIIe divisie, negeert het bevel tot charge inzake Palestina. Het Fort wordt geacht deel te nemen aan dit debat, maar weigert. Het bevel van de Maestra wordt genegeerd.
3. Het tegenovergestelde van debat is Stilte. Dit heeft ook een essentie, een ontos.
4. Deze kunstvorm, de stilte, is deel van de klassiekemuziektraditie

Nog even op een rij

I Film
II Podium
III Muziek
IV Literatuur
V Beeldend

Het is de volgorde die in de colofon van Rekto Verso staat. De IIIe divisie is een zorgenkindje, het is niet geëngageerd genoeg. Dat kunnen we van film en theater en beeldend niet zeggen. Beeldend is al lang puur en alleen debat, zonder een sprankje techniek. De Ve divisie strekt de andere disciplines tot voorbeeld. Dit zijn de elititetroepen van het cultuurmarxisme. De IIIe echter, die concertzalen en conservatoria, potdorie wat zijn dat toch luie pummels. Nooit zie je eens een violist opstaan en roepen dat het nou eens klaar moet zijn of een percussionist die de bomaanslagen op Gaza verbeeld. Altijd maar weer Bach en Beethoven, BAH. “Die terughoudendheid bij de publiekswerking verraadt dat er in de klassiekemuziekwereld nog steeds een restje van een essentialistische visie rondwaart” (P17, Evelyne Coussens, Klassiek en Publiek, zoeken naar verbeelding). Vrij vertaald: l’art pour l’art zit nog veel te diep in de III. Een vernietigend rapport.

Dan de panels en adviesraden waar Mroivili in zit. Want de cultuurmarxist is niet alleen academicus, activist en als het kan ook graag artiest, nee, meer dan dat is hij, zij of het ook lid van panels en adviesraden. Die zijn nodig om de marsorders van de Maarschalk te volgen. Wie is die maarschalk? Simpelweg is dat de Minister van Cultuur. Van Vlaanderen, Nederland of België. Wat zijn de marsorders? Die kun je door diep te lezen wel uit de Rekto Verso halen. “Cultuuroverheden probeerden de afgelopen decennia de legitimiteit van cultuursubsidies en de autoriteit van culturele initiatieven te koppelen aan participatiegraad of simpelweg aan bezoekersaantallen”, zo schrijft Coussens op P19. Toen kwam de vraag vanuit de sector om ook kwalitatieve evaluaties mogelijk te maken. Dit is hoopvol, omdat het dan meer gaat over HOE in plaats van over HOEVEEL. “Omdat enkel daarin het duurzame, betekenisgevende werk wordt verricht dat consumenten tot publieken maakt”. Dus: consument, dat is voor het Kapitalisme. Disneyland. Wij, de cultuursector, wij werken met Publieken. Niet publiek, want ook dat is taal, nee, publiek-en. Er is niet één publiek! Er zijn er velen.

Hier zien we de marsorders duidelijk weergegeven. We zien de smeekbedes om toch alstublieft meer te kijken naar evaluatierapporten in plaats van altijd maar weer naar die aantallen publieken. Op pagina 17 zien we ook een soort van marsorders, dit keer niet letterlijk met het woord ‘cultuuroverheden’. De Bijloke in Gent zette Gangmakers uit om te onderzoeken wat er in de concertzaal gebeurt in relatie tot Welzijn, Gender en Publiek, Ecologie, Luisteren en Jong. Dat is de ambitie. Coussens was zelf ‘vluchtig’ betrokken bij als moderator bij een ‘kleinschalig’ gesprek tussen theatermaker en pianist (twee werelden!) Elisabeth De Loore en andere gesprekspartners. De centrale vraag luidde: “Hoe kan een muzikant een nauwere verbinding aangaan met het publiek”.

Eigenlijk dus gewoon de same old question die we al behandeld hadden. Die spanning tussen geld krijgen van boven in ruil voor het bereiken van publiek, de spanning tussen de conserveringsmissie maar ook die broodnodige vernieuwing. Hoe vernieuw je maar blijf je hetzelde? Hoe bereik je publiek zonder ze te geven wat ze willen? Hoe los je het conflict in het Midden-Oosten op vanuit de comfort van een theaterstoel? Al die spanningen en paradoxen zorgen voor fantastische debatavonden en essays. En dat, dames en heren, dat is nou Kunst.

Over Maagden en Monsters (3/x) – Pretty Boy

Wie zijn de monsters en wie zijn de maagden? De erotische denkwereld van mannen voert niet zo ver. Zoals algemeen bekend is heeft een man niet veel nodig om opgewonden te raken en klaar te komen, dus de zoektocht die vrouwen maken naar het erotische spiegelpaleis van de man is nutteloos. Een foto van een…

Den Haag als stad

Den Haag als stad, dat is eens iets anders dan regering waarmee we het altijd associeren. De derde grootste stad van Nederland, kennen we die eigenlijk wel? 569.076 inwoners, ongezien. Ik schrijf graag over steden. Amsterdam, Parijs, Antwerpen, Deventer. Over Rotterdam zou ik ook zo een stukje kunnen schrijven, de werkende, wervelende wereldstad. Utrecht langs…

Over Maagden en Monsters (2/x) – Prins Tjeerd

Wie zijn de monsters en wie zijn de maagden? Hoe maagdelijkheid historisch gezien een open wonde was in de transitie van meisje naar moeder waar de angst voor besmetting de boventoon voerde. Vaders, broers en neven beschermen de maagd en zorgen ervoor dat ze als maagd in een veilig huwelijk treedt waar kinderen kunnen opgroeien.…

Plaats een reactie