Den Haag als stad

Den Haag als stad, dat is eens iets anders dan regering waarmee we het altijd associeren. De derde grootste stad van Nederland, kennen we die eigenlijk wel? 569.076 inwoners, ongezien. Ik schrijf graag over steden. Amsterdam, Parijs, Antwerpen, Deventer. Over Rotterdam zou ik ook zo een stukje kunnen schrijven, de werkende, wervelende wereldstad. Utrecht langs de Oudegracht en onder de Domtoren is zo al een literair meesterwerk, daar heb ik weinig aan toe te voegen. Arnhem of Nijmegen, ze zijn beide even mooi. Zelfs de elf Friese steden hebben elk een eigen verhaal. Maar Den Haag?

Waarom denk ik toch alleen aan een televisiepresentator en een microfoon als ik ‘Den Haag’ zeg, waar is de stad gebleven? ’s Gravenhage doet me dan weer te veel aan dictee Nederlands denken. Wat? Ben ik nu echt het streepje vergeten in ‘s-Gravenhage? En dan bedoel ik niet vergeten maar echt vergeten in de zin van dat ik écht niet meer wist dat de werkelijke naam van de stad waarover deze blog gaat zo geschreven moest worden? En waarom gaat het nog stééds niet écht over Den Haag? Waarom gaat het nooit écht over Den Haag?

Niet dat ik er geen band mee heb. De Haagse poort over de A12 behoort tot mijn vroegste jeugdherinneringen, dan nog onder wat kantoorpanden door, linksaf bij het Malieveld, dan bij het stoplicht naar rechts, en zo ga je naar Madurodam en naar Scheveningen, de pier. Het enige stukje zee dat je als gezonde Hollandse jongen te zien krijgt. Om uit te waaien, zwemmen doe je in een binnenmeer.

Nu pas ontdek ik dat Scheveningen gewoon een wijk is van Den Haag. Al die jaren dacht ik te hebben begrepen dat ‘Den Haag, stad aan de zee’, een zin is die ik nog nooit iemand had horen zeggen. Tuurlijk, je wandelt niet zomaar van de binnenstad naar het strand, al heb ik dat natuurlijk zelf al wel gedaan, maar dat betekent toch niet dat je Den Haag zijn boulevard hoeft te ontzeggen? Krampachtig, die poging om Den Haag binnen de perken te houden, alsof Rotterdam en Amsterdam geen concurrentie zouden dulden, alsof dat hun tweestrijd zou overschaduwen.

Den Haag, ik kom er graag. Paleis Noordeinde, daar kwam ik als kind met mijn tante, die om de hoek woonde, om te zwaaien naar de Koningin. De poortwachter die poppetjes tekende in de sneeuw. Als pubertje wandelde ik op mijn dooie gemak de Tweede Kamer binnen, de publiekstribune was voor burgers zoals ik bestemd, die begrijpen dat die journalist ook maar de helft van het verhaal heeft begrepen. Later als student kwamen we protesteren op het Plein, dat hoorde zo. Nog later kwam ik de zwaantjes in de hofvijver gedag zeggen met mijn geliefde.

Negen jaar geleden vierde ik de democratie met de Piratenpartij in Den Haag (aint no party like a Pirate Party), waar ik ook echte Haagse jongens voor de camera kreeg, die natuurlijk gewoon in het Binnenhof konden stemmen. Op mijn vraag of ze het feestje kwamen meevieren antwoorde een van ze heel diplomatisch. ‘Dat is de vraag’. Geen ja en geen nee. Een echt Haags antwoord.

https://www.youtube.com/watch?v=2XzhnMYoPV4

Probeer De Haag als stad maar eens te beschrijven zonder de geschiedenis van Nederland te vertellen. Probeer maar eens tien bekende Hagenaars te noemen die niet van Koninklijke bloede zijn. Den Haag als stad is nog niet zo’n gemakkelijke opdracht. De lijst met bekende stadbewoners barst van de klinkende namen, maar de meeste besloten toch om in die stad met zijn grachtengordels te sterven. Drie slechts blijven er over: De Bie, Couperus en Van Kooten. Zonder die drie zouden wij televisiekijkers en boekenlezers nooit hebben geweten dat er nog een mooie stad achter de duinen zou wezen.

Zoek hier welke netnummers 070 (Den Haag) voor zich heeft moeten dulden


Plaats een reactie