De Katholieken

Deze blog gaat niet over kerkgangers, want niemand gaat naar de kerk. Deze blog gaat ook niet over mensen die officieel katholiek zijn, want iedereen is gedoopt en iedereen heeft de eerste en de plechtige communie gedaan. Deze blog gaat over de vaandeldragers van het moraal, die hun, nee, hét geloof niet onder stoelen of banken steken maar tegelijkertijd ook juist wel. Het is niet gemakkelijk om te vertellen waar deze blog nu precies over gaat dus laat ik maar gewoon beginnen.

 Nederland is een humanistisch land met een geografisch afgezonderde gereformeerde minderheid. Deze minderheid wordt gedoogd, maar moet wel aan randvoorwaarden voldoen. De SGP, de politieke partij van de gereformeerde minderheid, heeft zich bijvoorbeeld moeten hervormen om vrouwen de mogelijkheid te geven zich verkiesbaar te stellen. Daarnaast zijn vooral homorechten een diepgeworteld onderdeel van de dominante Nederlandse politiek-humanistische identiteit. Van links tot rechts wordt actieve bescherming van de homoseksuele medemens als hét teken van beschaving bij uitstek gezien. Voor Nederlanders zal het dan ook niet gemakkelijk zijn om te vernemen dat een katholieke studentenvereniging de Antwerpse bisschop in een open brief heeft opgeroepen het kerkelijk huwelijk tussen mensen van hetzelfde geslacht te verwerpen. Een letterlijker voorbeeld van het gezegde “heiliger dan de paus” is waarschijnlijk moeilijk te vinden.

De reinste barbarij dus, vlak over de grens. Geradicaliseerde jeugd uit onverwachte hoek. Opflakkerend religieus fanatisme ondermijnt de emancipatie. Als er al diplomatieke banden waren tussen Nederland en Vlaanderen dan zijn ze bij dezen allemaal opgeschort. Toch is het misschien een troost om te weten dat dit een voorbeeld is van jeugdige onbezonnenheid en dat de volwassen katholieken een stuk genuanceerder zijn. Zij zijn er zich van bewust dat Europa en ook Vlaanderen seculier zijn en dat het ware geloof niet langer het laatste woord heeft. De vraag waar zij zich mee bezighouden is hoe ‘het sacrale’ de kerk kan worden uitgedragen en een nieuwe plek kan krijgen in deze samenleving.

De katholieken balanceren tussen enerzijds de wetenschap dat de Kerk is vergruisd en verlaten en anderzijds de overtuiging dat de waarden van het geloof niet aan kracht hebben verloren. Slechts een aanvulling is wat de katholieken willen zijn, meer niet. Naast de vrijheid van de liberalen en de gelijkheid van de socialisten hoort ook de broederschap bij de leus van de Franse Revolutie, en daar kunnen de christendemocraten inspringen. Dat de Revolutie uitdrukkelijk tegen de Kerk was gekant is niet belangrijk. De Kerkvaders vormen een aanvulling op het liturgie der Vooruitgang van de Westerse filosofen. Een aanvulling, meer niet.

 Tot slot mag niet onbesproken blijven dat de scheiding tussen Kerk en Staat in België net op een andere manier is opgevat dan elders. België ziet het faciliteren van religieuze instellingen als een overheidstaak, mits dit op basis van gelijkheid gebeurd. Religies die aan de criteria voldoen kunnen op belastinggeld rekenen en mogen hun godsdienst onderwijzen aan de scholieren die hebben aangegeven in deze religie te willen worden onderwezen. Vlaamse humanisten hebben zich dus eerst moeten organiseren voordat ze hun kinderen op school konden behoeden voor sprookjesonderwijs. Maar hoe organiseer je atheïsme zo dat het door de overheid als religie erkent kan worden? Met hetzelfde probleem worstelen de islam en het protestantisme. Alle drie grote levensbeschouwingen, ook in Vlaanderen, maar door hun veelzijdigheid zijn ze moeilijk te organiseren en dus onzichtbaar voor de wet. Het katholicisme, de meest hiërarchisch georganiseerde religie van allemaal, heeft deze problemen niet en de bisschoppen kunnen dus in alle rust negentig procent van het religiebudget opsouperen. Alle religies zijn gelijk, maar sommige zijn gelijker dan andere.

Advertenties

Het Christendom als Romeins Complot

Sinds de dood van God (Nietzsche, 1882) hebben critici van het christendom zich vooral bezig gehouden met biologische argumenten. Door de evolutietheorie is God niet meer nodig om de natuur te verklaren. De niet-gelovige heeft hiermee een antwoord in handen op de vraag hoe de wereld is ontstaan, maar heeft nog geen antwoord op de vraag hoe het christendom is ontstaan. Wanneer deze vraag kritisch wordt onderzocht en wonderen worden uitgesloten blijft er nog slechts één conclusie over: het christendom is een Romeins complot.

De evangeliën uit de Bijbel zijn allemaal vermoedelijk geschreven tussen het jaar 60 en het jaar 100 CE, twee tot drie generaties na de figuur Jezus. Het zijn geen ooggetuigenverslagen. De canonieke evangeliën zijn bovendien verspreid door het Romeinse Rijk verschenen: in het huidige Italië, Syrië, Turkije en Griekenland. Hiermee wordt de authenticiteit van het christendom terecht aangevallen, maar het roept ook nieuwe vragen op. De vraag die de niet-gelovige zich moet stellen is: waar komen deze teksten in godsnaam vandaan?!

Uit onwetendheid wordt het evangelie op één hoop gegooid met mythologie. Het Jeruzalem van het jaar 0 is echter geen galaxy far far away. Doorgaans hebben mythologische figuren nooit een plaats- en tijdsaanduiding, laat staan tientallen referenties van derden. Mohammed, Siddhartha of Jozeph Smith waren geen mythologische figuren in die zin dat ze geen bovennatuurlijke wonderen verrichtten behalve misschien geheime gesprekjes met een god of een engel.

Jezus Christus is geboren in de regeerperiode van Augustus. Na de militaire coup van Julius Caesar was diens opvolger Augustus de eerste keizer van het Romeinse Rijk geworden. Het was een relatief lange periode van rust en vrede, de zogenoemde Pax Romana. Augustus maakte een administratieve inhaalslag. Jozef en Maria reisden van Nazareth naar Bethlehem omwille van een algemene volkstelling. Deze volkstelling was nodig voor de omstreden grootschalige belastinghervorming die Augustus ging doorvoeren.

Om zijn directe belasting door te voeren moest Augustus korte metten maken met tollenaars. Tollenaars waren privépersonen die indirect belasting oogsten voor de Romeinen en voor zichzelf. Daarnaast moest hij een oplossing bedenken voor het probleem van de Joden. De Joodse geestelijkheid van onder meer Farizeeërs was een probleem, omdat het zich juridisch boven de Romeinse wet plaatste. Om een eeuwigdurend, stabiel keizerrijk te waarborgen moest er een nieuwe religie worden ontworpen en succesvol worden geïmplementeerd.

Wel, dat is gelukt. In het jaar 70 is de Joodse tempel verwoest, waarmee de Joodse religie in een klap thuisloos is geworden. Rond diezelfde tijd verschenen er verspreid door het Romeinse rijk verslagen van een figuur die zich (net als Augustus) Zoon van God noemde. Nadat deze figuur uit de dood was opgestaan had hij tegen zijn volgelingen gezegd dat ze ‘het evangelie’ nog even moesten verzwijgen. Twee generaties later ontstond er een religie die toegankelijk was voor Joden zowel als niet-Joden.

Augustus was naast politiek ook religieus leider. Hij was de hogepriester van de godentempel, getiteld Pontifex. Militair-politiek is het West-Romeinse Rijk gevallen na de ‘invallen van de barbaren’. Religieus-politiek is het Romeinse Rijk nooit gevallen. Het polytheïstische godenrijk is langzaam overgenomen door het christendom. Pasgeboren kinderen worden geregistreerd bij de Kerk door de doop en de tienden vormen de basis van het kerkelijke belastingstelsel. De officiële taal is na al die eeuwen nog altijd het Latijn, de hoofdstad is nog altijd Rome en de titel van het hoogste ambt in het eeuwigdurende Romeinse keizerrijk, oftewel de Katholieke Kerk, is nog altijd Pontifex. @Pontifex op Twitter.