Joris Luyendijk, luister eens even.

Met je veelbesproken boek ‘De Zeven Vinkjes’ heb je je profiel beschreven: man, hetero, wit, gymnasiast, academisch geschoold, kind van academisch geschoolde ouders van wie minstens één in Nederland is geboren. Wij delen hetzelfde profiel, maar er is één verschil. Ik heb wél stappen gezet in de echte wereld.

Je meest succesvolle boek tot nu toe, Dit kan niet waar zijn, ging over de financiële sector. Je wilde weten hoe de kredietcrisis kon ontstaan. Volgens de achterflap heb je je ‘ondergedompeld’ in de bankenwereld. Maar je hebt er nooit gewerkt. Je hebt nooit een keycord gedragen.

Het probleem van schrijvers/journalisten die ‘de financiële wereld’ willen begrijpen zonder te solliciteren is dat zij hun wereldbeeld, dat ze op de universiteit hebben geleerd, niet bijstellen. Die wereld is hiërarchisch verdeeld en je kunt opklimmen als dat door anderen wordt gegund, maar de mensen die je moeten helpen klimmen zijn racistisch, seksistisch en homofoob en daardoor zijn er te veel mannen met Zeven Vinkjes aan ‘de top’.

Maar Joris: de wereld van jury’s, commissies en publieksprijzen (al dan niet in de vorm van een politieke functie) is klein. En inderdaad, in die kleine wereld spelen een academische opleiding, geslacht en huidskleur een grote rol. Is het niet direct, dan is het ‘subverted’ doordat juist een vrouw of juist een allochtoon wordt gekozen. In die wereld zijn Zeven Vinkjes een groot voordeel. Of in elk geval, een thema.

In het bedrijf waar ik nu werk heb ik de hoogste opleiding en het laagste loon. Toen ik mijn contract mocht tekenen vroeg ik of ik mijn diploma moest aanleveren, maar de HR-manager zei dat de tijd dat ik daarmee meer zou verdienen voorbij is. Collega’s van mijn leeftijd met een arbeidersstatuut hebben een huis gekocht. Al die jaren dat ik mijn best deed om naast de studie mijn huur bij elkaar te sprokkelen met bijbaantjes hebben zij kunnen sparen.

Voor veel hoogopgeleiden is het bij elkaar sprokkelen van huurgeld niet gestopt na het al dan niet halen van ‘Het Papiertje’. Voor het nettoloon dat ik ontvang moet een freelancejournalist 10.000 woorden bruto gepubliceerd zien te krijgen, elke maand opnieuw. Politici zitten elke vier jaar met samengeknepen billen naar de verkiezingsuitslag te kijken, bang om hun baan te verliezen. De mensen met wie ik vroeger in de collegezaal zat serveren mij nu pizza en leveren maaltijden. Tijdelijke baantjes, totdat ze een baan vinden die ‘aansluit bij hun niveau’.

Dit is ‘Het Precariaat’. Wél die studie, wél die schuld, maar geen idee hoe verder hogerop te komen. Het zijn verhalen van medische experten die niet geplaatst kunnen worden omdat de banen in hun expertise bezet zijn en van juristen die elkaar kapotconcureren omdat ze te trots te zijn om een vacature op te pakken voor een kantoorbaan. De trap mist sporen.

Wie pakken die vacatures wel op? Havisten. In het beste geval zijn ze opgeleid tot ICT’er en vallen ze met hun neus in de boter. De universiteiten hebben informatietechnologie nooit goed kunnen integreren en dus missen de grootverdieners die op het Tweakers-forum hun loonstrookjes vergelijken bijna per definitie vinkjes.

De Zevenvinker is zeldzaam in de kantoortuin. In ‘The Office’ wordt hij vertolkt door Andy Bernard. Hij laat geen gelegenheid onbenut om over zijn studietijd en zijn studentenvereniging te praten, maar het lukt hem niet om een deal te sluiten. In de frontoffice, de wereld van sales, is hij een loser. Zijn collega’s geven geen zier om zijn extra vinkjes zolang hij geen papier kan verkopen. In ‘Margin Call’, de bekende film over die financiële sector waar jij je bestseller over hebt geschreven, wordt dit wel heel treffend in beeld gebracht. De super-CEO die in een helikopter komt aanvliegen vraagt of het probleem kan worden uitgelegd alsof hij een Golden Retriever is. “It wasn’t brains that got me here“.

De Arbeiders

Een iets oudere vriend van me, ook een Zevenvinker, waarschuwde me toen ik nog aan het studeren was. ‘Stop met studeren en ga in de haven werken’. Hij werkte op kantoor in een havenbedrijf en kende de lonen van mensen die trossen lossen. Hij schrok er van. Naast het precariaat, de studieschuld, de missende sporen en de angst om een baan ‘onder je niveau’ aan te nemen is er nog een veel pijnlijkere werkelijkheid in de wereld die wordt bevolkt door de overige 97%: arbeiders zijn rijk.

Zevenvinkers zijn meesters in het doen voorkomen alsof zij ondanks alles toch tot de Marxistische bovenklasse behoren. Wat ze missen in geld compenseren ze met Sociaal Kapitaal, Intellectueel Kapitaal of Cultureel Kapitaal. Als ze medeburgers klauwen met geld zien uitgeven op de kermis schudden ze hun hoofd. Die hadden dat geld eigenlijk niet kunnen missen, denken ze dan.

Kleding moet ook niet duur zijn. Toen ik met mijn handen op mijn rug een winkel met ‘marginale’ merkkleding binnenliep schrok ik van de prijzen. Vijfhonderd euro voor een T-shirt, duizend voor een trui, ik wist niet dat het bestond. Voordat ik wegging zag ik drie dronken Polen nog even vlug wat katoengoud aftikken.

Het wordt nog een stapje erger als je écht het hol van de leeuw inkruipt: de club. Flessen wiskey en champagne met vuurwerk worden elke tien minuten binnengedragen, soms voor duizenden euro’s per fles. Een pilsbiertje kost een tientje. Als zevenvinker wil je jezelf voorhouden dat iedereen hier in de cocaïnehandel zit, maar het houdt geen stand.

We proberen vast te houden aan de algemene regel dat witte boorden meer verdienen dan blauwe, maar het is moeilijk. Boeren, bouwvakkers, kappers, mijnwerkers, bakkers, marktkramers, frituristen, scheepslieden, fabrieksarbeiders, technici, vissers… de lijst met ‘uitzonderingen’ is onuitputtelijk.

Dus wat is de conclusie? Dat de wereld op zijn kop staat? Nee. Buiten de muren van de universiteit is er geen boven en geen beneden. Geld is niet iets dat door een commissie wordt gegund, het is iets dat je zelf moet ophalen. Of, vaker, iets dat je krijgt omdat je werk doet dat gedaan moet worden. Het is niet altijd leuk, het kan zwaar zijn of zelfs gevaarlijk, maar het is wel zeker en het betaalt goed.

Dus Joris, zoals we op de universiteit hebben geleerd: er is meer onderzoek nodig in dit veld. Maar als dat ‘onderzoek’ gedaan wordt door mensen die niet weten hoe een cirkelredenering eruit ziet, dan weet ik de conclusie al.

Eén reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s