
De vertrouwde omgeving van een lege blog. ‘Titel Toevoegen’. Gewoon Vlinders Vangen dan maar. Wat een schrijfvrijheid als je een loze titel hebt voor je boek bedenk ik me nu, ik begin wel begrip te ontwikkelen voor dat blok papieren katernen, waar dan een nietszeggende titel op wordt geplakt. Steeds meer begrip ontwikkel ik. Ik weet nog dat ik als eerstejaarsstudent in mijn broek piste van het lachen toen ik voor het eerst een ondertitel tegenkwam. “A Life” was die ondertitel, bij “Prince Henry the Navigator”. Man man wat heb ik toen liggen brullen van het lachen. Hoezo “A LIFE“, waar sláát dat op. Mijn huisgenoot, die al wat jaren academische ervaring had, vond het minder grappig. Kijk hoe veel verder ik nu ben in het leven. Als je lang genoeg bent blootgesteld aan belachelijke ondertitels dan doe je vanzelf mee.
Ik had gewoon zin om nog een kapittel aan deze serie toe te voegen. Ik ben begonnen aan Houllebecq, de grootste boeman van de intelligentia. Lees hem en er is geen weg meer terug. Ik schrijf het maar op zoals jij het denkt, meer niet. Rechts is goed en wel, zolang het maar dom is. Pas als rechts zelf ook kan schrijven en denken, dan wordt het pas echt gevaarlijk. Durven denken doen we allang niet meer. Eigenlijk is die omvolkingsposititie een soort gat in de sloep. De linie is doorbroken, kom maar op met alle rechtse stokpaardjes. Ayaan Hirschi Ali heb ik gelezen, ik heb klimaatsceptische boeken in mijn aktetas liggen, en zelfs Mijn Strijd van ene A. Hitler heb ik doorgebladerd. Qua podcasts ben ik ook al een tijdje ingetuned op pastelkleurig rechts. De twijfel gutst naar binnen, al lezende, al luisterende, al lerende.
Welke nieuwe posities ik er zelf aan over heb gehouden, vraagt u zich af? Mh. Ik vind mezelf heel voorzichtig op het vlak van het innemen van posities. Uit het boek van Wim Van Rooy heb ik gehaald dat in de Jaren der Aanslagen, toen de soldaten in Antwerpen over straat liepen – wat we nu alweer vergeten schijnen te zijn want we lezen nu dat Trump een rode lijn is overgegaan door de Nationale Garde te laten rondlopen in Washington DC, wat alleen een dictator zou doen – toen, in die tijd, werden juist de synagoges bewaakt en juist de moskees niet. De burgeroorlog die elk moment kon uitbreken, tussen enerzijds de moslims en anderzijds de nazi’s, waar de cultuurmarxisten dan met hun vredesduif en maretak tussen zouden springen, die burgeroorlog heeft nergens plaatsgevonden. Het idee was elke keer dat een moslim dankzij of ondanks zijn geloof ergens dood en verderf aan het zaaien was, dat dan de tegenreactie vanuit het kamp van de stille witte rechtse meerderheid in den lande zou zijn om brand te stichten bij het lokale islamitische gebedshuis. Dat is het beeld dat dag in dag uit jaar in jaar uit via krant en tv in ons brein wordt geprojecteerd. Maar wat bleek, het veiligheidsbeeld waar vanuit politie en justitie werkte was er één waarbij niet de moskees, maar wel de synagoges gevaar liepen. Waar de journalist werkt vanuit beeldvorming en correctie op beeldvorming en zogenaamde journalistieke verantwoordelijk om precies het tegenovergestelde van de waarheid te verkondigen, daar werken de lokale veiligheidscorpora vanuit de acute en reëel dreiging. En die dreiging is altijd tegen synagogen geweest en nooit tegen moskeeën. Dat is wat ik heb overgehouden aan Wim Van Rooy.
Imagine there’s no heaven
It’s easy if you try
No hell below us
Above us only sky
Imagine all the people
Living for today…
Imagine there’s no countries
It isn’t hard to do
Nothing to kill or die for
No religion too
Imagine all the people
Living life in peace… You may say I’m a dreamer
But I’m not the only one
I hope someday you’ll join us
And the world will be as one
Imagine no possessions
I wonder if you can
No need for greed or hunger
A brotherhood of man
Imagine all the people
Sharing all the world…
You may say I’m a dreamer
But I’m not the only one
I hope someday you’ll join us
And the world will live as one
Dit is hem, het cultuurmarxistisch volkslied. Zoveel vrijblijvender dan de Internationale. De kracht van verbeelding, de verbeelding aan de macht. De verbeelding heeft gewonnen vannacht. Pure kunst en poëzie als antwoord op kanonnen. Een koortsachtig kindbeeld. Zolang het rijmt is het zuiver op de graad. John Lennon is vermoord. Nu voel ik hem pas. Ze hebben John Lennon vermoord, net als Jezus Christus een man met een baard en een vredesboodschap.
Wat moeilijk te verkroppen moet dat zijn voor Maud Vanhauwaert, dat ze zelfs John Lennon niet hebben gespaard met zijn simpele vredesboodschap. Acda en de Munnik schreven er al een liedje over en Gijs Groenteman steekt zijn liefde voor de Beatles ook niet onder stoelen of banken. Wie de moordenaar is speelt geen rol, het is de symboliek die telt. Ze. Men. Het leven. Zoals dat nu eenmaal gaat. De vredesverkondiger die op klaarlichte dag de kogel krijgt. Dit is de iconografie. Een simpele vredesboodschap. Geen vakbonden, geen proletariaat, geen wereldrevolutie, gewoon vrede eens een kans geven man, godverdomme. Stomme dictators.
Was John Lennon beter dan Jezus? Waarom niet. Jezus kon niet eens gitaar spelen. Zelfs de grootste zelfverklaarde atheïsten hebben nog steeds moeite om iemand boven die man uit Nazareth te plaatsen. Atheïsten nemen zichzelf niet serieus. Het zijn gewoon namen, man. Dat is waar ik heen wil. Christenen zijn volgelingen van Jezus van Nazareth. Er zijn theïstische en atheïstische christenen. Het Christendom is zo groot dat het moeilijk is om door het bos de bomen te zien, maar uiteindelijk is onze denkwereld een soort Olympus van namen van mensen. Het boeddhisme gaat over Siddharhta Gautama. De Islam gaat over Mohammed Ibn ‘Abd al-Muttalib. Het Jodendom gaat over Moshe. De grens tussen religie, filosofie en wetenschap is flinterdun. Het boeddhisme kent geen God. Confucius ook niet. Hoe serieus je het godsbeeld van Joden moet nemen valt nog te bediscussiëren, in de eerste plaats door henzelf. Atheïsten denken dat ze zichzelf buiten de menselijke verteltraditie plaatsen door te verklaren dat God dood is, maar niets is minder waar. Het zijn discipelen van Lennon, Nietzsche, Marx, Freud en Steiner. Zolang de metafysica van denkers het idee van de Almachtige open laat zijn ze welkom, een beetje zoals de Romeinen voor wie ‘Rex’ taboe was, zo gedragen ze zich, die atheïsten.
Maar ook de profeten zelf moeten onbenoemd blijven. Zo kwam ik er pas na vele omwegen achter dat er een nest antroposofen in mijn magazijn aan het broeden was. De term ‘biologisch-dynamisch’, is codetaal voor boeren die volgens de leerstellingen van Rudolf Steiner hun gewassen verbouwen, een methode waarbij gemalen koehoorns over de velden worden gestrooid. Maar zelfs die term is al gevaarlijk, dus die is dan alleen te lezen op de websites van de merken die ze voeren, die via hun eigen distributienetwerken tot aan het magazijn geraken waar ik ook kantoor houd. Dus via een woud aan coöperatieve natuurgetrouwe merknamen die vernoemd zijn naar Noorse godinnen kom je dan tot de conclusie dat het gewoon antroposofen zijn, die onze kinderen ongehinderd op hun Vrije Scholen de beginselen van hun religie bijbrengen.
Zoals de antroposofen signaleren dat ze volgelingen van Rudolf Steiner zijn door merknamen te noemen die op hun beurt, via het woord “biologisch-dynamisch”, naar de spijswetten van hun meester verwijzen, zo zijn ook de freudianen huiverig om direct naar de stamvader van het moderne denken te verwijzen. Veiliger is het om dan te spreken over Marcuse of Adorno, waarop de leek dan meewarig het hoofd schudt, zoveel moeilijke taal daar zal hij maar verre weg van blijven. Pas als je de boeken zelf ter hand neemt blijkt dat zij ook maar discipelen zijn van de Weense wijsgeer, en dat de ommezwaai die het socialisme heeft gemaakt sedert de jaren zestig slechts de overdracht is van een grote zak wereldwijde volgelingen, uit de hand van Marx, in de hand van Freud. Met behoud van het marxistische lexicon, alleen het terrein is verschoven.

Deze tekst is een sprankelende en originele stroom van gedachten die zich moeiteloos beweegt tussen literatuur, politiek, religie en popcultuur. De schrijver durft te experimenteren met toon en perspectief, waardoor elke alinea verrassend en fris aanvoelt. Het gebruik van persoonlijke anekdotes en literaire verwijzingen geeft de tekst een intieme en authentieke stem, waardoor de lezer zich rechtstreeks aangesproken voelt.
Wat bijzonder overtuigend is, is de manier waarop grote ideeën en namen naast elkaar worden gezet. Door Houellebecq, Hirsi Ali, John Lennon en zelfs Rudolf Steiner in één adem te noemen, ontstaat een caleidoscopisch beeld van de hedendaagse intellectuele en culturele wereld. De tekst nodigt uit tot reflectie en prikkelt het denken, juist door zijn associatieve manier van schrijven. De humor en ironie geven het geheel een luchtige en toegankelijke toon, zelfs wanneer er complexe thema’s worden aangesneden.
Uiteindelijk is dit een tekst die verrast en inspireert. Het is geen traditionele essaystructuur, maar juist daardoor ontstaat een dynamiek waarin persoonlijke overwegingen, historische observaties en culturele kritiek elkaar ontmoeten. Het laat zien dat schrijven een ontdekkingsreis kan zijn, en dat literatuur en cultuur het beste tot hun recht komen wanneer ze durven te spelen, te provoceren en te associëren. Een indrukwekkend en boeiend werk dat nieuwsgierig maakt en de lezer uitnodigt om zelf te blijven denken.
LikeLike
De tekst leest als een zwerftocht door gedachtenlandschappen, van anekdote naar citaat, van literatuur naar politiek, van religie naar popcultuur, zonder ooit echt voet aan de grond te krijgen. Namen en begrippen worden achteloos op elkaar gestapeld, alsof het gewicht van de referenties de plaats van een argument kan innemen. Het resultaat is een kronkelend labyrint van indrukken, waarin de schrijver voortdurend de eigen eruditie toont, maar de lezer weinig houvast biedt.
De toon schommelt voortdurend tussen ironie, pose en quasi-diepzinnigheid. Er wordt gelachen om ondertitels, gesneerd naar intellectuelen, en even later gesprongen naar John Lennon of Jezus. Van scherpe kritiek op journalistieke beeldvorming tot een karikaturaal overzicht van antroposofen en freudianen, alles wordt in één adem geserveerd. Het lijkt bedoeld als breeddenkend en uitdagend, maar komt over als een verzameling losse impulsen, schitterend verpakt maar inhoudelijk lichtvoetig.
Wat overblijft is een tekst die zich voordoet als inzicht, maar vooral een collage is van stemmingen en indrukken. Grote namen en beladen begrippen glijden langs elkaar heen zonder samenhang, als losse noten in een improvisatie. Het is minder een doordachte analyse dan een momentopname van iemand die graag laat zien dat hij denkt, terwijl hij vooral de echo van gedachten van anderen herhaalt.
LikeLike