Het exposé van Jelle Debusscher. Een literaire afrekening in drie delen.

 

 

Man met sikje op witte achtergrond zwart wit

Elke moderne schrijver wordt groot door zijn omgeving kapot te schrijven en nu ik aanleiding heb gekregen om af te rekenen met Jelle Debusscher voel ik dat ik aan het begin sta van een groot avontuur. Het doel van deze tekst is tweeledig. Aan de ene kant wil ik de grenzen van mijn literaire vrijheid verkennen. Juridisch gezien heb ik uiteraard alle vrijheid om te schrijven wat ik wil, zolang ik geen ‘beschuldigingen’ maak waarvan ik ‘weet of had moeten weten dat ze niet waar zijn’, iets wat in de context van deze zaak nogal overbodig is. De vraag is eerder wat het effect zal zijn op mijn omgeving enerzijds, en vooral op jullie als mijn zeer geliefde lezers anderzijds. Als de baten zwaarder doorwegen dan de kosten dan kan ik me vaker van dit steekwapen bedienen.

Anderzijds is deze tekst bedoeld om de onbalans die in de omgang tussen Jelle en mij is gegroeid recht te trekken. Ik heb te lang met mijn voeten laten spelen. Vrienden zijn we nooit geweest, maar ik was in de afgelopen jaren wel de enige die hem regelmatig bezocht en de enige die sommige van zijn waanideeën serieus nam. Ik ben er niet trots op om het zo uit te drukken, maar als ik niet zou vermelden dat ik mij als een gewillige dienaar heb opgesteld dan zou het ongeloofwaardig overkomen als ik in de finale van deze tekst verhaal over hoe Jelle mij met een beetje geweld uit zijn expositie heeft verwijderd en door zijn al even dienstbare vader naar huis heeft laten rijden. En dit alles nadat ik de expositie hielp inrichten en er op verzoek van de kunstenaar een artikel over schreef en liet censureren op woorden als ‘psychologenzoon’.

Ik groef daar mijn eigen graf door te schrijven dat de “kunstenaar het recht behoudt om eenieder die op de verkeerde golflengte zit de toegang tot de expositieruimte te ontzeggen.” Ik wist toen nog niet dat ik zelf als eerste geweerd zou worden.

Deel I: Het begin

Mijn beeld van Jelle is voor een belangrijk deel gevormd door de manier waarop ik hem en zijn woning in de zomer van 2015 aantrof. Jelle zat ingemetseld in zijn eigen vuilnis dat vooral bestond uit lege halve literblikken carapils omdat hij al dagen of misschien zelfs weken leefde op een dieet van goedkoop bier en wiet. Hij was graatmager met een bol hongerbuikje dat ik alleen kende van kinderfoto’s uit Ethiopië. Bovendien sliep hij niet. Zijn tafel en elk ander oppervlak was bedekt met een laag onsamenhangende elektronische onderdelen zodat ik de vuile borden vanuit de pompbak op de vloer moest zetten om een sopje te maken om de koelkast schoon te borstelen zodat er een min of meer hygiënische safe-zone ontstond waar ik de eerste boodschappen in kon opbergen. Daarmee maakte ik een grote pan couscous waar Jelle in de dagen nadien met lichte tegenzin af en toe een hapje van nam. Telkens als hij dat deed keek ik als een bezorgde moeder toe, hopend dat elk hapje zijn gewisse hongerdood met een minuut zou uitstellen. Jelle was voor mij een vleugellam vogeltje dat uit zijn nest was gevallen en dat met kruimels en kleine stapjes terug op krachten zou kunnen komen. Een vogeltje dat twaalf jaar ouder is dan ik, maar dat doet er niet toe.

Ondertussen kraamde hij onnavolgbare onzin uit.  Het ging over zijn appartement, het internet, fysica, metafysica en over zijn kunstwerken. Daar en toen vroeg hij voor het eerst of ik zijn schilderijen wilde verkopen, een idee dat mij op dat moment niet echt realistisch leek. De paar schilderwerken die ik zag maakten geen indruk op me. Ik wilde zijn miserabele situatie documenteren, de ‘Wereld van Jelle’ vangen in een simpele mini-documentaire tot lering en vermaak van het brede publiek. De video heeft de strenge censuur van Jelle niet overleefd, de audioband staat gelukkig nog online.

De censuur van Jelle ging vooral over zijn ouders. Zoals ik al zei wilde hij niet dat ik hem omschreef als ‘psychologenzoon’, hoewel dit toch een belangrijke sleutel is om zijn persoonlijkheid te kunnen plaatsen. Want wat krijg je als je twee psychologen kruist? Een zot natuurlijk, en wel eentje die alleen kan communiceren in raadsels en retorische vragen. Een spiegel van een spiegel. Niemand zal Jelle ooit betrappen op een eenduidige ‘ja’ of ‘nee’. Dat maakt het dus onmogelijk om afspraken met hem te maken.

Zijn moeder, Frieda Matthys, is niet zomaar een psychiater maar voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Psychiatrie en go-to expert van de Vlaamse bladen voor alle vragen rond alcohol, drugs en verslaving. Hoe ironisch is het dat haar zoon grootconsument van cannabis is? Weet Vlaanderen dat de zoon van Frieda Matthys haar belangrijkste inspiratiebron is? Is het een vereiste voor een verslavingsdeskundige om in elk geval één kind te hebben dat ze niet heeft kunnen redden? Het geheugen van Jelle Debusscher bestaat inmiddels niet meer. Jelle leeft in het eeuwige nu zonder besef van verleden of toekomst. Hij heeft zijn brein min of meer opzettelijk naar de tyfus geholpen met een jarenlang aanslepend offensief van zo’n vijftien goedgevulde joints per dag. Ook dat is een reden dat het onmogelijk is om afspraken te maken met hem.

Dan zal ik ook zo eerlijk zijn om toe te geven dat die joints een belangrijke reden waren dat ik graag af en toe -zo’n zes keer per jaar- met hem afsprak. Ik wil niet zo eindigen als hij, dus ik waak er voor wiet in huis te hebben, maar een avondje wegdromen behoort nog altijd tot mijn hobby’s. In plaats van te loner-stonen spreek ik op gezette tijden met blowers af om een pufje mee te pakken. Voor mij is Jelle in de eerste plaats dus één van de junkies waar ik soms als een mug in de nacht bij naar binnen vlieg. Vaak probeer ik Jelle dan te wijzen op dat lichtpuntje aan het einde van de tunnel, om toch iets terug te doen. Een expositie zou zo’n lichtpuntje kunnen zijn.

 

Deel II: Het Midden

In de afgelopen jaren kwam ik dus af en toe langs om te blowen, om plannen te maken voor een expositie en om te kijken naar hoe zijn appartement erbij lag. Het meest bewonderenswaardige is nog altijd de manier waarop Jelle Debusscher zijn appartement in constante evolutie bracht en ik prijs mij gelukkig dat ik daar één van de weinige getuigen van ben geweest. De stort van de eerste weken is langzaam weggesmolten. Hij heeft zijn muren eruit gesloopt, er opnieuw ingezet, een grote verzameling planten doen groeien en weer verwijderd. Het ene moment kwam ik binnen in een schildersatelier, het volgende in een sportzaal, dan weer een hackersspace en de keer daarop leek het warempel een eengezinswoning te zijn met gevulde fruitmand en al.

Op momenten dat hij heel serieus leek in zijn plannen om nog eens naar buiten te treden met zijn schilderijen legde ik contact met galeries in Antwerpen en Amsterdam. Ik heb ook een website voor hem gemaakt die hij niet veel later offline heeft gehaald. Ik heb één van zijn drieluiken onder de aandacht gebracht op een kunstmarkt en een beginnende lijst met potentiële kopers aangemaakt. Het was mijn doel om zijn doeken in huiskamers te krijgen van mensen die niet tot zijn directe kennissenkring behoren. Hij heeft ooit één doek verkocht gekregen, aan een vriend van zijn ouders. Bewonderaars zeiden bereid te zijn er honderden of zelfs duizenden euro voor neer te leggen, dus ook vanuit commercieel oogpunt waren er mogelijkheden. Dit zei Jelle niet zo veel, aangezien hij nooit zelf geld heeft moeten verdienen, maar mij natuurlijk wel. Ik zou de courante tien procent krijgen van elke werk dat ik verkocht, een afspraak die na elk conflict weer opnieuw moest worden gemaakt.

vergetelheid
Jelle vergat zijn vernissage

Artist are whores, dealers are pimps, critics are liars and buyers are pigs. In dit verhaal ben ik dus de irritante dealer die de kunstenaar in de hoerenkast drijft. Geen wonder dat hij me niet mocht, dat weet ik natuurlijk goed genoeg. Tegelijkertijd fungeerde ik ook als zijn geheugen. Zo moest ik hem er vorige week aan helpen herinneren dat hij die expositie had georganiseerd. Ik schreef ook wat van zijn beschrijvingen van zijn schilderijen neer. Zo werd hij er af en toe aan herinnerd wat hij in een vorig leven had uitgekraamd over zijn eigen werk.

 

Op een goed moment in onze ondefinieerbare relatie had hij mij een geel schilderstuk gegeven, zonder dat daar schriftelijke of mondeling afspraken over zijn gemaakt. Ik zag het als een gebaar van dank voor de jaren dat ik mijn tomeloze inzet had betoond om zijn werk naar de buitenwereld te trekken. Hij vroeg om een fles William Lawson en ik gaf het hem.

 

Deel III: Het Einde

Recentelijk heeft hij zich aangesloten bij een startend kunstenaarscollectief waar hij door een paar honderd euro per jaar te betalen de kans krijgt om twee weken te kunnen exposeren. Dan moet hij op de openingsdagen wel zelf aanwezig zijn om de deur open te houden, maar dat vertikt hij. Hij vroeg mij om een artikeltje te schrijven en om woensdag te helpen met het verhuizen van de schilderijen en natuurlijk zei ik ja. Drie jaar lang had ik hierover gefantaseerd en hiervoor gevochten, nu het dan toch werkelijkheid leek te worden wou ik er graag deel van uitmaken. Het was te laat om de vernissage tot een succes te maken, maar misschien kon de expo dienen als springplank naar een meer gevestigde galerie.

De avond voordat we de expositie gingen inrichten hadden Jelle en ik telefonisch contact over het gele doek. Hij wilde deze terug hebben. Ik was verbaasd. Hij had al veel te veel kunstwerken thuis op voorraad om in één keer te kunnen exposeren, waarom moest hij nu zo nodig moeite gaan doen om het werk dat hij aan mij had gegeven terug te eisen? Kon ik weigeren?

Toen ik de volgende ochtend uit de douche kwam had ik een voicemailbericht van Jelle. Aan de toon van zijn stem hoorde ik al dat de wind was gaan draaien en dat hij mijn aanwezigheid niet langer op prijs zou stellen. Hij was ook vastberaden om het gele doek terug te eisen (ik weet zeker dat als hij ooit een werk verkoopt, dat hij het niet veel later met het geld van zijn ouders voor het dubbele bedrag terug zou kopen. Alleen daarom zou een Debusscher een goede investering zijn). Op dat moment ging de deurbel. Het was zijn vader. De lafaard.

Herman Debusscher had “geen mandaat om te onderhandelen” dus ik belde zijn zoon op en vertelde Herman daarna dat ik met hem meereed. Hij heeft dezelfde motoriek, dezelfde ingesleten beleefdheid en misleidende houding van slachtofferschap als zijn zoon. Ik genoot ervan om me door hem te laten rijden aangezien ik me ineens een vlotte en voorbeeldige chauffeur voelde. Op locatie hielp ik zwijgend met het inladen en uitladen van de vele drieluiken.

Toen alle schilderijen in de expositieruimte waren kwam dus het moment dat Jelle mijn aanwezigheid niet meer kon verdragen. Hij zei dat zijn vader mij wel terug naar huis zou brengen. Ik was ondertussen bevriend geworden met de galeriehouder en vroeg me bij wijze van verweer af wie van beiden nu het recht had om iemand buiten te zetten en daarop begon Jelle aan mijn jasje te trekken. Ik bleef rustig en de galeriehouder besloot dat Jelle mij toch wel buiten kon zetten, hoewel hij ‘performance art’ ook zeker de ruimte wilde bieden.

Op de terugweg vroeg ik Herman of hij dienstbaar was aan zijn zoon, een vraag die hij zo vreemd vond dat ik hem drie keer moest herhalen. Hij weigerde te antwoorden en bazelde iets over een cultuurkloof maar ook dat het iets anders moest zijn en toen kwam hij tot de hoog psychologische bevinding dat er iets grondig mis was met mij. Dat zou ik niet willen tegenspreken.

Conclusie

Het was mijn doel vandaag om de grenzen van de literaire vrijheid te verkennen en om de balans op te maken van drie jaar Jelle Debusscher. Ik vind dat ik in de tweede opzet geslaagd ben, maar de grens heb ik zeker nog niet bereikt. Het valt me op hoe mild ik ben geweest, vaker dan eens zelfs complimenteus. Ik heb veel sappige verhaaltjes buiten deze exposé moeten laten om niet te veel uit te wijden, verhaaltjes die ik dan maar bewaar voor als Jelle of zijn ouders nog niet genoeg van mij hebben gehad.

Bovendien valt het me op dat het meeviel, dat het niet al te moeilijk is om persoonlijke bekentenissen op te schrijven. Ik vind het grappig om te constateren dat ik niet precies weet of ik mezelf liever als dader of als slachtoffer profileer, en dat ik nog vrij veel tussen die twee heb geschakeld. Ik ben alleszins erg benieuwd hoe het aankomt bij jullie, lieve lezers. Schroom niet om na deze introductie de serie ‘De Kunstenaar Spreekt’ er nog eens op na te slaan, om zo de oraties van Jelle te lezen of horen. Ondertussen ga ik op zoek naar een nieuw slachtoffer.

Meer lezen?

Advertenties

One comment

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s