De Migratieachtergrond

header

In Vlaanderen wordt de formulering ‘mensen met een migratieachtergrond’ al enige tijd gebruikt als het over allochtonen gaat. De vraag is nu wie er in dit doorvoerland géén migratieachtergrond hebben. Veel witte, Nederlandssprekende mensen blijken namelijk niet zuiver Vlaams te zijn. Een streepje Russisch, een druppeltje Portugees of een grammetje Noord-Afrikaans zijn meer regel dan uitzondering.

Maar ook bij niet-witte mensen is het makkelijker om deze omslachtige formulering te gebruiken. Zo komt er bijvoorbeeld een groeiende groep niet-witte mensen uit het noorden. Zijn dat dan Belgen? Vlamingen? Nederlanders? Surinamers? Of, godbetert, Afrikanen? Geen van zulke beschrijvingen volstaat en dus is het makkelijker om te spreken van ‘mensen met een migratieachtergrond’.

Er is een belangrijk sociologisch verschil tussen migranten in Nederland en Vlaanderen, en dat is dat ze in Vlaanderen niet noodzakelijk tot de marxistische onderklasse behoren. Zoals met alles zitten de Vlamingen ook demografisch ingeklemd tussen de minder bedeelde migrantengroepen enerzijds en de meer bedeelde migrantengroepen anderzijds. Zo zijn er in de omgeving van Brussel de Europese lobbyisten (de Eurocraten), die de wet voorschrijven, en in de omgeving van Antwerpen zijn er de Joden en de Hindoestanen die bankieren met diamant als onderpand.

Sinds kort is er een nieuwe migrantengroep ontstaan die onze bijzondere aandacht verdient en dat zijn de Hollanders. Deze groep moeten we aan de demografische bovenlaag toeschrijven, wat te maken heeft met hun migratiemotief. Het gaat hierbij vaak om economische vluchtelingen. Gelukszoekers zijn het, die de grens oversteken om daar op kosten van de gewone Vlaming te wonen of te studeren. Omdat het bij het wonen vaak gaat om de wat ruimere woningen en het bij studeren vaak gaat om een universitaire studie hebben we te maken met een migrantengroep in de demografische bovenlaag.

De Nederlandse migranten gedragen zich in Vlaanderen niet anders dan andere migrantengroepen doen overal ter wereld doorheen de geschiedenis. Ze kopen levensmiddelen in hun eigen winkel (de Appie, want die hebben tenminste wél verse melk), ze geven baantjes en opdrachten aan landgenoten, ze maken gebruik van hun stemrecht in het land van herkomst en ze volgen het Nederlandse nieuws op de voet. Dit heeft soms vreemde gevolgen.

In mei 2016 werden de Nederlandse en de Belgische staatssecretarissen van migratie, respectievelijk Klaas Dijkhoff en Theo Francken, geïnterviewd over de vluchtelingencrisis. In vergelijking met Nederland is deze in Vlaanderen rustig verlopen. Er was één moment dat Francken het benauwd kreeg, en dat was bij zijn bezoek aan het plaatsje Lommel. Daar was een demonstratie gaande tegen de komst van migranten, de enige in Vlaanderen. De demonstranten kwamen uit de wijk De Kolonie, een migrantenwijk waar veel Nederbelgen wonen die met schotelantennes opgehitst worden door Nederlandse propaganda.

Advertenties

De Cantus

Mühlberg_-_Cantus
Het zingen van liedjes is een logisch gevolg van het drinken van bier, dat weet ieder mens. Omdat het drinken van bier in Vlaanderen tot een kunst verheven is, is ook de combinatie van bier en zang meer gevormd dan in Nederland. In de cantus komt deze combinatie het beste tot zijn recht en daarom is de cantus de kern van het Vlaamse studentenleven.

Eens per jaar wordt de codex uitgegeven waarin de regels van de cantus staan geschreven. Daarnaast worden de erkende studentenclubs met hun clublied voorgesteld en wordt de geschiedenis van het Leuvense studentenleven bewierookt. Dat alles zal slechts door een enkeling worden gelezen, aangezien de belangrijkste bladzijdes achterin te vinden zijn, waar de liedteksten die op een cantus (en uitsluitend op een cantus) worden gezongen zich bevinden.

Krambambouli, de Pappenheimer, de Kikker en de Kat leven voort in de codex. Er zijn liedjes in het Latijn, Nederlands, Engels, Duits, Frans en (Zuid-)Afrikaans. Immaterieel cultureel erfgoed is het, dat in vochtige cantuskelders wordt bewaard. Welke lieden worden gezongen is afhankelijk van de aard en de politieke kleur van de studentenclub die de cantus organiseert, edoch moet gezegd worden dat een zweem van Vlaams-nationalisme en een zekere conservatieve inslag onvermijdelijk de boventoon voeren in de samenzang. De cantus wordt uiteraard geopend met het Io Vivat, ‘het lied van de gehele Nederlandse studentenschap in Noord en Zuid’ (Studentencodex  2015, p. 162).

Hoewel het drinken van bier slechts dient ter verbroedering en ter smering der stembanden, is het onvermijdelijk dat na verloop van tijd de alcohol zijn werk begint te doen. Een cantus is verdeeld in drie delen waartussen kort wordt gepauzeerd, zodat de corona gelegenheid krijgt het verwerkte bier uit te scheiden. Er kan tussen de gezangen door om allerlei redenen gedronken worden. De praeses kan de corona als geheel de glazen laten ledigen of commilitones kunnen elkaar onderling tot deze straf dwingen, bijvoorbeeld als iemand zijn codex open op tafel laat liggen. De hoeveelheid geschreven en ongeschreven regels is schier oneindig, de enige constante is dat er bij overtreding gedronken moet worden. Niet zelden tot het glas leeg is.

Na verloop van tijd moet de praeses steeds harder met zijn hamer op de tafel slaan om de corona tot de orde te roepen. De opgelegde straffen hebben het paradoxale effect dat er alleen maar meer tuchtregels worden gebroken, zodat de tweede en de derde tempus met geen ander woord omschreven kunnen worden dan ‘wanorde’. Daarbij zorgt de abundantie van alcohol voor een groot gapend gat in het geheugen zodat alleen wat door vrienden in de codex is gekrabbeld blijft beklijven. Zo komt het dus dat er in de boekenkasten van hoogopgeleide Vlamingen een klein groen boekje te vinden is dat lijkt op een woordenboek, bewerkt door talloze cantussen en hectoliters bier. Een stille getuige van een prachtige studententijd.

Eens per twee jaar wordt er een mega-cantus gehouden begeleid door het klokkenspel (de beiaard) van de kathedraal

De Ronde van Vlaanderen (of het verschil tussen een fiets en een rijwiel)

ronde

Een belangrijk verschil tussen Nederland en Vlaanderen is de rol van de tweewieler. In Nederland is de fiets een onmisbaar voertuig. De fietser is de baas van de straat, moedwillig blind voor alle andere weggebruikers. Lichten en reflectoren zijn niet nodig want wie een fietser aanrijdt is altijd de pineut. Alles met twee wielen en een ketting is een fiets. Gammelbinkies voor scholieren, een bakfiets voor de moeder, een vouwfiets voor de vader en voor de snelle henkies is er de ligfiets, die met een rotvaart door de polder sjeest.

In Vlaanderen is het rijwiel het symbool van lijden en afzien. Naar die mooie Hollandse geasfalteerde fietspaden kun je fluiten, hier heersen de beruchte kasseien. Bottenbibberaars zijn het; en als het heeft geregend spekgladde tandenbrekers. Gooi er hier en daar een steile helling tegenaan en je hebt een prachtig parcours voor de waaghalzen die zich op een peddelaar durven voort te bewegen. Of nog mooier: een onverhard parcours waar coureurs behalve bloed, zweet en tranen ook modder moeten happen. Zet er een camera op en de Vlaming smult vanachter zijn pint.

Er zijn talloze koersen waar wielrenners het tegen elkaar opnemen, maar er kan er maar één de mooiste zijn. Al meer dan honderd jaar wordt op de veertiende zondag van het jaar de Ronde van Vlaanderen gereden. De Vlaamse dorpen worden aaneen geregen door de beste coureurs van het land, aangemoedigd door het volk dat langs de kant met de gele Vlaamse vlag staat te zwaaien. Dat dit jaar een Waal toevallig de snelste was, dat is dan maar zo. Dit is geen dag om moeilijk te doen.

Lees ook:

fb.com/vlavoho

Waarom de Vlaamse vrouwen geëmancipeerder zijn dan de Nederlandse

maggie

Laten we de progressieve, geëmancipeerde Nederlandse mythe eens even gaan ontkrachten. De meeste landen hebben hun eerste vrouwelijke premier al lang gehad. Groot-Brittannië is zelfs aan nummer twee toe. In Vlaanderen zijn vrouwelijke partijvoorzitters, lijsttrekkers en ministers de normaalste zaak van de wereld. Er zijn quota die bepalen dat de genderverdeling op een kieslijst fifty-fifty moet zijn en gek genoeg werkt het. Nederland heeft één vrouwelijke lijsttrekker en zelfs die wordt niet serieus genomen.

Maar er zijn andere tekenen dat de Vlaamse vrouw een stuk ‘verder’ is dan de Nederlandse. Na een eventueel huwelijk behoudt de Vlaamse vrouw haar familienaam en haar bankrekening, terwijl dit in het conservatieve Nederland helemaal niet zo vanzelfsprekend is. Financiële onafhankelijkheid wordt door veel Vlaamse vrouwen als een doel op zich gezien, waar hard voor gewerkt moet worden. Kansrijke studies als rechten hebben dan ook meer vrouwelijke dan mannelijke studenten.

Hard werken voor emancipatie leeft niet zo bij Nederlandse vrouwen. De gendergelijkheid moet maar uit de lucht komen vallen. Feminisme is leuk, maar creatieve opleidingen die geen cent opleveren zijn ook leuk. En hard roepen dat mannen niet mogen fluiten, roepen of voelen, dat is ook leuk. Make-up is onderdrukking: de Nederlandse man verdient geen schoonheid. De Nederlandse vrouw begrijpt niet dat emancipatie gaat over geld en macht en ze begrijpt zeker niet dat Vlaamse vrouwen mooi én geëmancipeerd zijn. Als ik als man ook iets mag zeggen denk ik dat ik een mooie vrouw met een goede baan leuker vind dan een lelijke vrouw zonder baan.

Lees ook:

Dit is een blog uit de serie ‘Vlaanderen voor Hollanders’: fb.com/vlavoho

Waarom ik uit Nederland ben gevlucht

De VVD heeft de verkiezingen van vorige week gewonnen met de slogan: ‘Normaal. Doen.’ In een brief aan het volk had premier en lijsttrekker Mark Rutte dit geschreven: “Doe normaal of ga weg”. Beter kan ik niet uitdrukken waarom ik uit Nederland ben gevlucht. Ik heb helemaal geen zin om normaal te doen.

VVD normaalEen normale Nederlander werkt met plezier, eet boterhammen met kaas en drinkt melk en koffie met zo veel mogelijk schuim. In het weekend drinkt hij waterig bier, maar alleen als hij niet moet rijden in zijn kleine autootje. Een normale Nederlander heeft niets tegen vluchtelingen zolang ze maar normaal meedoen en hij is een beetje bang voor Wilders. Een normale Nederlander gaat drie keer per jaar op vakantie en laat zijn moeder achter in een spookbejaardentehuis zonder personeel. Een normale Nederlander woont in hetzelfde soort huis als zijn buurman en rekent altijd af met zijn pinpas, verder houdt hij er geen extreme politieke of religieuze denkbeelden op na en heeft hij onder zijn vrienden homo’s, Turken en Surinamers zodat hij overal over mee kan praten, maar ook succesvolle mensen die hem helpen hogerop te raken. Kortom, iedereen is bevriend met elkaar omdat iedereen normaal is en wie niet normaal is kan maar beter opflikkeren.

In Vlaanderen is er geen norm, niets en niemand is hier ‘normaal’. Dit is het best te merken aan het feit dat er in het Vlaams veel minder woorden zijn om normoverschrijdend gedrag te beschrijven dan in Nederland. Of andersom: Nederlanders hebben belachelijk veel woorden om iemand erop te wijzen dat hij niet normaal is. Belazerd, betoeterd, besodemieterd, maar ook raar, bizar, absurd en zelfs gek klinken stuk voor stuk vreemd in Vlaamse oren. In het Vlaams zijn er maar twee woorden voor normoverschrijdend gedrag, namelijk vreemd en zot.

Het verschil tussen vreemd en gek is dat vreemd gewoon een constatering is. Iets is vreemd en daar blijft het bij. Iets dat gek is, daar moet iets aan gedaan worden. Het liefst zo snel mogelijk. Zot komt qua betekenis in de buurt van gek, maar wel met een belangrijk verschil. Het woord wordt door Vlamingen ook vaak als compliment bedoeld.

Meer lezen?

..Of like ‘Vlaanderen voor Hollanders’ voor meer blogs: FB.COM/VLAVOHO

Hoe moeten Nederlanders met Vlamingen omgaan?

jan-mulder

Laten we eerlijk zijn: het is voor Nederlanders moeilijk om met Vlamingen om te gaan.  Moeilijker dan met bijvoorbeeld Duitsers of Engelsen, ondanks dat ze een andere taal spreken. Een socioloog heeft gezegd dat er geen twee aan elkaar grenzende landen zijn die dezelfde taal spreken en zo verschillend zijn als Nederland en Vlaanderen. Vlamingen zijn niet te peilen, een mysterie. Is het desinteresse? Minachting? Onderhuidse haat? De Hollander tast in het duister.

Knoop één ding goed in je oren: je gaat er nooit achter komen wat een Vlaming van je vindt. Of wat een Vlaming überhaupt ergens van vindt. Het is enerzijds uit beleefdheid dat een Vlaming niet zegt wat hij van iets of iemand vindt, maar anderzijds is het ook omdat hij gewoon niet zo snel een mening heeft. In elk geval niet zoals een Hollander iets superleuk of superkut vindt, of de één een toffe gozer en de ander een klootzak vindt. Een ‘toffe gozer’ kan nog altijd ambetant doen en een ‘klootzak’ kan nog altijd goed zijn om tegen te biljarten. De wereld is niet zo zwart-wit in België.

Je hoeft ook niet iedereen die je kent op straat te groeten. Of anders geformuleerd: het zal vaak gebeuren dat je door bekenden wordt genegeerd. Nog iets heel belangrijks: als je met een vriend hebt afgesproken in een café en die vriend zit aan een tafel met mensen die je niet kent dan is het raar als je jezelf aan iedereen voorstelt. Een beetje arrogant zelfs.

Voetbalcommentaar is het grootste geschenk dat Nederland aan Vlaanderen heeft geschonken. 

Maar er is ook bewondering. Het feit dat Vlamingen geen mening hebben maakt dat ze Hollanders met een mening fascinerend vinden. Dat verklaart het ongekende succes van voetbalcommentatoren. Johan Boskamp, Aad de Mos en vooral Jan Mulder zijn helden. Die laatste mocht zelfs zijn mening spuien over de prestaties van de Rode Duivels op het EK van 2016. Als iedere Belg met de tricolore op de wangetjes naar het scherm zit te kijken, op dat ene zeldzame moment van nationale eenheid, komt er een Hollander vertellen wat hij van de wedstrijd vond. Voetbalcommentaar is het grootste geschenk dat Nederland aan Vlaanderen heeft geschonken.

Terug op café. De mensen aan tafel van wie je nog altijd de namen niet kent zijn aan het loskomen. Er zijn er weggegaan en er zijn er bijgekomen. Dat kan, omdat er geen gezamenlijke rekening is en er niet op toerbeurt rondjes moeten worden gegeven. Deze tafel is geen groep waar je lid van wordt door jezelf voor te stellen, dit is gewoon een tafel met mensen die bier drinken en over het leven praten.

Na een tijdje is er van de Vlaamse bescheidenheid niets meer over. Het café is een dansvloer geworden en iedereen mag een verzoeknummer doorgeven aan de barman. Boven de Moerdijk zijn de cafés en discotheken al een tijdje toe, maar hier gaat het feestje door tot de zon opkomt.

Meer lezen over Vlaanderen?

FACEBOOK.COM/VLAVOHO

De Fiscus

karel-anthonissen

Belasting betalen voelt voor veel Vlamingen als alimentatie betalen aan een ex. Een groot deel van het geld gaat namelijk naar het landsdeel waar de meeste Vlamingen het liefst zo min mogelijk mee te maken willen hebben. Ook ontbreekt er de calvinistische moralistische kant van het bijdragen aan de staatskas die er bij de noorderburen doorgaans wel is. Zo is het dus een nationale sport geworden om zo min mogelijk belasting te betalen. Komt een privé-inkomen of een bedrijfsomzet terecht in de hogere fiscale schijven, dan is het tijd om een extra vennootschapke op te richten om met een creatieve maar onopvallende naam het extra geld te herbergen. Volstaat dat niet dan is het tijd om een zonnige bestemming uit te kiezen voor het geld. Zo kan het dat er in België meer rechtspersonen dan natuurlijke personen zijn.

De televisieserie De Fiscus volgt acht afdelingen van ´de meest gevreesde overheidsdienst van ons land´. Het gaat om de personenbelasting, de vennootschapsbelasting, de douane, de sigarettensmokkel, de lokale opsporing, het ontvangstkantoor, het kadaster en -de topper- de Bijzondere Belastinginspectie (BBI). In de serie is te zien hoe de BBI als een SWAT-team in witte jassen een inval doet bij een veehandelaar. Bodycams leggen vast hoe ze computers, archieven en tasjes doorspitten. De aanwezigheid van een papierversnipperaar is al een aanwijzing dat ze op het goede spoor zijn. En inderdaad, er worden versnipperde bestelbonnen gevonden.

De BBI heeft als taak onzichtbare geldstromen bloot te leggen, maar er zijn grenzen. Karel Anthonissen, geschorst afdelingshoofd van Gent, pleegt nogal eens tegen die grenzen aan te lopen. Le fou de Gand, noemen ze hem in het Brusselse ook wel, de zot van Gent. Na fraude rond de Optima-affaire en in de diamantsector succesvol aan het licht te hebben gebracht heeft hij nu 60.000 dossiers voor de rechter gesmeten. Sinds 2004 kunnen Belgen namelijk geld uit hun zonnige bestemmingen terughalen en hoeven ze daarover maar een klein bedrag te betalen. Een soort generaal pardon voor belastingontduikers dus, dat Karel Anthonissen bestempelt als het witwassen van 36 miljard euro. Een beetje overdrijven kan hij dus wel. Alle andere directeuren van de BBI en de minister van Justitie hebben hem nu even opzij gezet om af te koelen. Zo kan het BBI terugkeren naar zijn kerntaak: invallen doen bij kleinere ondernemers om bestelbonnen uit de papierversnipperaarbak te vissen.

Dit is een hoofdstuk uit het te verschijnen boek Vlaanderen voor Hollanders.

Het Voornaamwoord

10_geboden

Voor Nederlanders is gij een woord uit het stenen tijdperk. De in steen geschreven tien geboden zijn een overblijfsel uit dit tijdperk en alleen daar komt dit voornaamwoord terug. ‘Gij zult niet doden’ en de andere negen. Nederlanders spreken elkaar aan met jij. Zeg geen u tegen een Nederlander want dan voelt hij zich oud. Je kunt dus proberen te vousvoyeren, om direct te horen te krijgen dat je ‘gewoon je mag zeggen hoor, anders voel ik me zo oud’.

 Voor Vlamingen is het gebruik van gij vrij algemeen als het persoonlijk voornaamwoord onderwerp is. Er bestaat ook een meervoud (gelle), maar als het persoonlijk voornaamwoord niet het onderwerp is dan gaat het over u, uw of uwen. Als een Vlaming tegen zijn hond zegt: ‘Hedde gij uwen bak ni leeggegeten?!’, dan gebruikt deze geen beleefdheidsvorm vis-à-vis zijn huisdier maar gebruikt hij het enige courante bezittelijke voornaamwoord. Plaatselijke dialecten nemen nogal eens een loopje met het voornaamwoord. In Antwerpen spreken ze elkaar aan met a, terwijl het in Gent meer klinkt als hi. Op schrift zul je geen gij of verbasteringen daarvan vinden. Waar in Nederland gij het toppunt van schriftelijkheid is is het in Vlaanderen precies het tegenovergestelde: spreektaal. U als onderwerp is dus het niet-platte voornaamwoord, eerder dan het formele voornaamwoord.

Jij en jouw is Algemeen Nederlands voor Vlamingen. Het wordt zelden uitgesproken omdat de dubbele klinkers moeilijk zijn, maar het kan wel, want het is correct Nederlands. Waarom is het correct Nederlands? Omdat het zo in Nederland wordt gesproken en het Nederlandse taalgebruik wint altijd van het Vlaamse. Een Nederlander die zegt dat een Vlaming ‘gewoon je mag zeggen hoor’ zegt dus eigenlijk dat het taalgebruik van boven de rivieren superieur is en dat de Vlaming zijn tong maar moet gaan breken.

De Kunsten

De Hollandse handelsgeest laat weinig ruimte voor zaken zonder praktisch nut, zoals cultuur.  Het is nuttig om mee te doen met cultuur omdat het statusverhogend werkt en dus geld oplevert, maar cultuur an sich heeft geen nut en is voor Hollanders dus niet te bevatten. Bovendien is het gevaar van cultuur dat een teveel ervan bij de rest kan worden opgevat als een kop die boven het maaiveld uitsteekt en dat is in Nederland levensgevaarlijk. Meelopen, meepraten en meeknikken is het devies. Geen onverwachte bewegingen maken want dan worden Henk en Ingrid boos.

Dit beeld zal door Vlamingen niet worden herkend. De Grote Broer wordt meestal juist een voorbeeldrol toegedicht, ook als het gaat om bijvoorbeeld podiumkunst en literatuur. Het ding is dat de Nederlandse Kunsten in Vlaanderen bekender zijn dan in Nederland. Bram Vermeulen is bijvoorbeeld een onbekende in eigen land maar wel populair in Vlaanderen. Andersom wordt Wim Helsen alleen in Nederland geboekt. Het podium opstappen om alleen maar grapjes te maken is voor Vlamingen iets te makkelijk. Hans Teeuwen kan dan weer wel op waardering rekenen. Als kitch.

Cabaret in de zin van moppentapperij is de enige theatervorm die Nederlanders naar het theater kan krijgen. Behalve cabaret zijn er in heel Nederland 43 acteurs die hun eigen schrale boterham verdienen. Zij zijn tegelijkertijd ook de filmacteurs van het land omdat de cultuurmarkt te klein is voor specialisatie. In Vlaanderen is theateracteur een vrij ‘normaal’ beroep. Er zijn talloze theaters van diverse groottes en die zitten alle dagen vol. Dat wil zeggen: aan het begin van de voorstelling. Het publiek is ervaren en slikt niet alles. Bevalt de voorstelling niet, dan gaan er mensen weg. Dit heeft uiteraard een effect op het product omdat de acteurs kunnen zien wat er gebeurt in de zaal. Een cabaretier kan er grappen over maken, een theateracteur niet. Ik zeg het er maar even bij voor mensen die nog nooit naar het theater zijn geweest, wat natuurlijk helemaal niet erg is.

Aan schrijvers heeft Nederland geen gebrek, wel aan lezers. Wie het Boekenweekgeschenk heeft uitgelezen mag zich in Nederland al intellectueel noemen. Wie toch honger heeft naar meer leesvoer kan vervolgens de nummer één op de bestsellerlijst lezen: de biografie van oud-voetballer René van der Gijp. Biografieën van sporters zijn big business in Nederland.  De ongeautoriseerde biografie van Max Verstappen lag twee maanden na zijn winst op de Grand Prix in de boekhandels. Het boek gaat over zijn jeugd, die eigenlijk nog moet beginnen. Brede marges, groot lettertype, korte zinnen, groot succes.

Echte romans worden in Nederland niet gelezen maar verfilmd. Verreweg de meeste Nederlandse films zijn dan ook boekverfilmingen. Dit is, met het oog op de Nederlandse culturele armoede, een soort sluiproute om de Nederlander toch iets van kunst te doen eten. Creativiteit bestaat alleen maar in de literatuur en vindt via film zijn publiek. Nederlandse films die niet een roman zijn geweest zijn niet om aan te zien, en niemand begrijpt waarom. Tot nu. De reden dat Nederlandse films het slechtst van Europa zijn is namelijk omdat de dominee en de koopman allebei over de schouder van de scenarist meelezen. Enerzijds denken productiehuizen dat commercieel succes een optelsom is en anderzijds wil de Nationale Propaganda Organisatie (NPO) dat maatschappelijke problemen via film worden opgelost. Er is dus geen sprake van auteurs in film, maar wel in de literatuur. Noch de koopman, noch de dominee durft de gerespecteerde romancier te corrigeren en beide hebben trouwens het te verfilmen boek nog niet gelezen dus op die manier komt er toch iets van cultuur van eigen bodem tot de Hollander.

Deze blog wordt later een hoofdstuk in een boek getiteld ‘Vlaanderen voor Hollanders’. Om rekening te houden met het beoogde publiek bestaat het uit korte, heldere hoofdstukken en zijn er plaatjes voorzien. Er is ook een commerciële campagne, die je kunt volgen op fb.com/vlavoho

De Katholieken

Deze blog gaat niet over kerkgangers, want niemand gaat naar de kerk. Deze blog gaat ook niet over mensen die officieel katholiek zijn, want iedereen is gedoopt en iedereen heeft de eerste en de plechtige communie gedaan. Deze blog gaat over de vaandeldragers van het moraal, die hun, nee, hét geloof niet onder stoelen of banken steken maar tegelijkertijd ook juist wel. Het is niet gemakkelijk om te vertellen waar deze blog nu precies over gaat dus laat ik maar gewoon beginnen.

 Nederland is een humanistisch land met een geografisch afgezonderde gereformeerde minderheid. Deze minderheid wordt gedoogd, maar moet wel aan randvoorwaarden voldoen. De SGP, de politieke partij van de gereformeerde minderheid, heeft zich bijvoorbeeld moeten hervormen om vrouwen de mogelijkheid te geven zich verkiesbaar te stellen. Daarnaast zijn vooral homorechten een diepgeworteld onderdeel van de dominante Nederlandse politiek-humanistische identiteit. Van links tot rechts wordt actieve bescherming van de homoseksuele medemens als hét teken van beschaving bij uitstek gezien. Voor Nederlanders zal het dan ook niet gemakkelijk zijn om te vernemen dat een katholieke studentenvereniging de Antwerpse bisschop in een open brief heeft opgeroepen het kerkelijk huwelijk tussen mensen van hetzelfde geslacht te verwerpen. Een letterlijker voorbeeld van het gezegde “heiliger dan de paus” is waarschijnlijk moeilijk te vinden.

De reinste barbarij dus, vlak over de grens. Geradicaliseerde jeugd uit onverwachte hoek. Opflakkerend religieus fanatisme ondermijnt de emancipatie. Als er al diplomatieke banden waren tussen Nederland en Vlaanderen dan zijn ze bij dezen allemaal opgeschort. Toch is het misschien een troost om te weten dat dit een voorbeeld is van jeugdige onbezonnenheid en dat de volwassen katholieken een stuk genuanceerder zijn. Zij zijn er zich van bewust dat Europa en ook Vlaanderen seculier zijn en dat het ware geloof niet langer het laatste woord heeft. De vraag waar zij zich mee bezighouden is hoe ‘het sacrale’ de kerk kan worden uitgedragen en een nieuwe plek kan krijgen in deze samenleving.

De katholieken balanceren tussen enerzijds de wetenschap dat de Kerk is vergruisd en verlaten en anderzijds de overtuiging dat de waarden van het geloof niet aan kracht hebben verloren. Slechts een aanvulling is wat de katholieken willen zijn, meer niet. Naast de vrijheid van de liberalen en de gelijkheid van de socialisten hoort ook de broederschap bij de leus van de Franse Revolutie, en daar kunnen de christendemocraten inspringen. Dat de Revolutie uitdrukkelijk tegen de Kerk was gekant is niet belangrijk. De Kerkvaders vormen een aanvulling op het liturgie der Vooruitgang van de Westerse filosofen. Een aanvulling, meer niet.

 Tot slot mag niet onbesproken blijven dat de scheiding tussen Kerk en Staat in België net op een andere manier is opgevat dan elders. België ziet het faciliteren van religieuze instellingen als een overheidstaak, mits dit op basis van gelijkheid gebeurd. Religies die aan de criteria voldoen kunnen op belastinggeld rekenen en mogen hun godsdienst onderwijzen aan de scholieren die hebben aangegeven in deze religie te willen worden onderwezen. Vlaamse humanisten hebben zich dus eerst moeten organiseren voordat ze hun kinderen op school konden behoeden voor sprookjesonderwijs. Maar hoe organiseer je atheïsme zo dat het door de overheid als religie erkent kan worden? Met hetzelfde probleem worstelen de islam en het protestantisme. Alle drie grote levensbeschouwingen, ook in Vlaanderen, maar door hun veelzijdigheid zijn ze moeilijk te organiseren en dus onzichtbaar voor de wet. Het katholicisme, de meest hiërarchisch georganiseerde religie van allemaal, heeft deze problemen niet en de bisschoppen kunnen dus in alle rust negentig procent van het religiebudget opsouperen. Alle religies zijn gelijk, maar sommige zijn gelijker dan andere.