Waarom ik uit Nederland ben gevlucht

De VVD heeft de verkiezingen van vorige week gewonnen met de slogan: ‘Normaal. Doen.’ In een brief aan het volk had premier en lijsttrekker Mark Rutte dit geschreven: “Doe normaal of ga weg”. Beter kan ik niet uitdrukken waarom ik uit Nederland ben gevlucht. Ik heb helemaal geen zin om normaal te doen.

VVD normaalEen normale Nederlander werkt met plezier, eet boterhammen met kaas en drinkt melk en koffie met zo veel mogelijk schuim. In het weekend drinkt hij waterig bier, maar alleen als hij niet moet rijden in zijn kleine autootje. Een normale Nederlander heeft niets tegen vluchtelingen zolang ze maar normaal meedoen en hij is een beetje bang voor Wilders. Een normale Nederlander gaat drie keer per jaar op vakantie en laat zijn moeder achter in een spookbejaardentehuis zonder personeel. Een normale Nederlander woont in hetzelfde soort huis als zijn buurman en rekent altijd af met zijn pinpas, verder houdt hij er geen extreme politieke of religieuze denkbeelden op na en heeft hij onder zijn vrienden homo’s, Turken en Surinamers zodat hij overal over mee kan praten, maar ook succesvolle mensen die hem helpen hogerop te raken. Kortom, iedereen is bevriend met elkaar omdat iedereen normaal is en wie niet normaal is kan maar beter opflikkeren.

In Vlaanderen is er geen norm, niets en niemand is hier ‘normaal’. Dit is het best te merken aan het feit dat er in het Vlaams veel minder woorden zijn om normoverschrijdend gedrag te beschrijven dan in Nederland. Of andersom: Nederlanders hebben belachelijk veel woorden om iemand erop te wijzen dat hij niet normaal is. Belazerd, betoeterd, besodemieterd, maar ook raar, bizar, absurd en zelfs gek klinken stuk voor stuk vreemd in Vlaamse oren. In het Vlaams zijn er maar twee woorden voor normoverschrijdend gedrag, namelijk vreemd en zot.

Het verschil tussen vreemd en gek is dat vreemd gewoon een constatering is. Iets is vreemd en daar blijft het bij. Iets dat gek is, daar moet iets aan gedaan worden. Het liefst zo snel mogelijk. Zot komt qua betekenis in de buurt van gek, maar wel met een belangrijk verschil. Het woord wordt door Vlamingen ook vaak als compliment bedoeld.

Meer lezen?

..Of like ‘Vlaanderen voor Hollanders’ voor meer blogs: FB.COM/VLAVOHO

Advertenties

Het Voornaamwoord

10_geboden

Voor Nederlanders is gij een woord uit het stenen tijdperk. De in steen geschreven tien geboden zijn een overblijfsel uit dit tijdperk en alleen daar komt dit voornaamwoord terug. ‘Gij zult niet doden’ en de andere negen. Nederlanders spreken elkaar aan met jij. Zeg geen u tegen een Nederlander want dan voelt hij zich oud. Je kunt dus proberen te vousvoyeren, om direct te horen te krijgen dat je ‘gewoon je mag zeggen hoor, anders voel ik me zo oud’.

 Voor Vlamingen is het gebruik van gij vrij algemeen als het persoonlijk voornaamwoord onderwerp is. Er bestaat ook een meervoud (gelle), maar als het persoonlijk voornaamwoord niet het onderwerp is dan gaat het over u, uw of uwen. Als een Vlaming tegen zijn hond zegt: ‘Hedde gij uwen bak ni leeggegeten?!’, dan gebruikt deze geen beleefdheidsvorm vis-à-vis zijn huisdier maar gebruikt hij het enige courante bezittelijke voornaamwoord. Plaatselijke dialecten nemen nogal eens een loopje met het voornaamwoord. In Antwerpen spreken ze elkaar aan met a, terwijl het in Gent meer klinkt als hi. Op schrift zul je geen gij of verbasteringen daarvan vinden. Waar in Nederland gij het toppunt van schriftelijkheid is is het in Vlaanderen precies het tegenovergestelde: spreektaal. U als onderwerp is dus het niet-platte voornaamwoord, eerder dan het formele voornaamwoord.

Jij en jouw is Algemeen Nederlands voor Vlamingen. Het wordt zelden uitgesproken omdat de dubbele klinkers moeilijk zijn, maar het kan wel, want het is correct Nederlands. Waarom is het correct Nederlands? Omdat het zo in Nederland wordt gesproken en het Nederlandse taalgebruik wint altijd van het Vlaamse. Een Nederlander die zegt dat een Vlaming ‘gewoon je mag zeggen hoor’ zegt dus eigenlijk dat het taalgebruik van boven de rivieren superieur is en dat de Vlaming zijn tong maar moet gaan breken.

IJgenlijk maakt vereenvaudiging wijnig verschil.

De Nederlandse taal moet eenvaudiger. Er zijn te veel regels en uitzonderingen. Auders maken zich zorgen om hun kinderen, die kampen met tijdsgebrek doordat ze hun tijd en energie steken in het leren van taalregels. Eén van die auders is Maurice de Hond, bedenker van de iPadschool (1) en opiniepijler van beroep. Op zijn site (2) pijl.nl kunnen mensen hun mening geven over het nieuws van vandaag en morgen, dat hij daarmee een ijgen draai geeft.

Nau kun je hier ijgenlijk wijnig op aanmerken. Als de pijling heeft aangetoond dat mensen iets willen, dan kan hier een advies uit volgen. De overhijd (in dit geval de Nederlandse Taalunie) kan dan besluiten om er opvolging aan te geven en de lijdraad Nederlandse Taal aan te passen, die de correcte spelling voorschrijft. Dit zal wel betekenen dat de aude spelling fautief wordt. Auders zullen dan vaker fauten maken dan kinderen, die de nieuwe regels sneller zullen onthauden. Er zullen ook problemen zijn met woorden als rauw en wij en lijden, die nu een dubbele betekenis hebben. Een ‘opiniepeiler’ is nu dus een pijler van publiek opinie. Steunpilaar, drager, opzet, grondslag, basisprincipe, uitgangspunt. In dit speciale geval maakt de wijziging ijgenlijk wijnig verschil.

Suggesties
(1) “IJpadschool”
(2) “Sijt”

taalhond

Klik op de afbeelding voor een vergroting van de onderzoeksvraag.

Vlaams-Nederlandse woordenlijst

Stappen  Lopen
Lopen   Rennen
Zetten   Gaan zitten
Peinzen   Denken
Verschieten   Schrikken
Kappen   Gieten
Klappen   Praten
Noemen   Heten
Kuisen  Schoonmaken
Zagen   Zeuren
Zeveren   Zeuren
Wenen   Zachtjes huilen
Bleiten   Hard huilen

Schoon   Mooi
Proper   Schoon

Ajuin   Ui
Look   Knoflook
Peeke   Worteltjes
Parei   Prei
Savooi   Groene kool
Charcuterie   Vleesbeleg
Hesp   Ham
Smos   Belegd broodje

Neffen   Naast
Sebiet   Straks
Seffens  Straks
Bekan   Bijna
Bekast   Bijna

Voormiddag   Ochtend
Namiddag   Middag

Kleedje   Jurk
Sjakosj   Tasje
Frak   Jas
Bottine   Korte laars

Kot   Studentenkamer
Examen   Tentamen
Blokken   Studeren
Buizen   Niet slagen voor examens
Prof   Hoogleraar
Aula   Collegezaal
Fakbar   Studentenbar

Lief   Vriend/Vriendin
Foef   Kut
Piet   Pik
Poepen   Neuken

Jeanet   Homo
Seutje   Vrouwelijke nerd

Bomma   Oma
Bompa   Opa
Nonkel   Oom
Peter   Peetvader
Meter   Peetmoeder
Kozijn   Neef

Zetel   Bank
Frigo   Koelkast
Micro   Magnetron
Chauffage   Verwarming
Tas   Kopje
Talloor   Bord

Wagen   Auto
Zwaantje   Motoragent
Pinken   Knipperen

Pint   Biertje
Vat   Fust
Bak   Krat
Toog   Bar
Schol   Proost
Safke   Sigaret
Blaadje   Vloeitje
Briquet   Aansteker
Zat   Dronken
Deirm   Dronken
Scheef   Dronken
Stoefen   Opscheppen
Spauwen   Kotsen
Griet   Meisje
Binnendoen   Zoenen
Muilen   Zoenen
Ambras maken   Ruzie zoeken
Eitje pellen   Appeltje schillen
Lap   Klap
Afbollen   Stoppen met ambras maken
Doorgaan   Weggaan
Nog eentje   De aller- aller- allerlaatste

 

Het Taaltje

samson

Het eerste en meestal het enige wat Nederlanders opvalt aan Vlamingen is  ́het taaltje ́. Veel Nederlanders kunnen het dan ook goed nadoen. Het begint met “WAAH GERTJE!”, waarna een verhaal volgt met een zachte g, veel woorden die eindigen op –ke en een “ALLEE!” om het af te sluiten. Vlamingen kunnen ook goed Nederlanders nadoen. Naast de harde g laten ze ook de dubbele klinkers goed doorkomen, die in veel Vlaamse dialecten niet goed te horen zijn. Ook vullen ze hun verhaal met zo veel mogelijk holle woorden: “Nou zeg, phoe phoe, sjongejonge, dat was me wat zeg!”.

Vlamingen gebruiken geen opvulwoordjes omdat ze iedere zin overdenken en zorgvuldig uitspreken. Dat betekent dat ze voor Nederlanders tergend langzaam praten. Het meeste wat ze zeggen is namelijk zo logisch dat het overbodig lijkt om er een hele zin aan te wijden. Vlamingen zijn, om het op zijn Engels te zeggen, champions in stating the obvious. “Ik was op weg naar de supermarkt maar ik had mijn portefeuille niet bij dus het is daarom dat ik eventjes terug naar huis ben gewandeld om die op te halen”. Als een gezinslid vreemd opkijkt wanneer een Nederlander eerder thuis is van boodschappen doen zou hij zoiets zeggen als: “Ik ben mijn portemonnee vergeten”.

Vlamingen communiceren misschien omslachtig, ze zijn wel duidelijker dan Nederlanders. Nederlanders praten soms zonder iets te zeggen. Een zin als “Dan heb je echt zoiets van: ja hallo!” bevat geen informatie dus daar kan een Vlaming niets mee. Wat er wordt gezegd is iets als ‘in de situatie die ik hiervoor besprak zou men over het algemeen verontwaardigd reageren’. Wat misschien nog wel het meest opvalt in die zin is het gebruik van het woordje ‘je’, als de spreker zichzelf bedoelt. Die constructie is in Vlaanderen ondenkbaar. Nederlanders gaan er altijd vanuit dat iedereen hetzelfde denkt als zij en dat iedereen wel weet wat er bedoeld wordt. Een reactie als “Toch niet!” of “Toch wel!” op het verhaal van een gesprekspartner is in Nederland dan weer moeilijker. Met zo’n uitspraak zet de Vlaming zich in één keer af tegen alles wat de ander heeft gezegd om daar zijn eigen verhaal tegenover te zetten. Als Nederlanders horen dat hun gesprekspartner onzin aan het uitkramen is zouden ze reageren met “Jaaa, dat zeg je nou wel zo mooi, maar…”. In Nederland staat de harmonie en de eensgezindheid centraal, terwijl men in Vlaanderen te maken heeft met uiteenlopende visies en conflict. Een heldere en ondubbelzinnige communicatie is dan nodig om elkaar te kunnen verstaan, wat Vlaams is voor begrijpen.

‘Het Taaltje’ is een hoofdstuk uit het te verschijnen boek Vlaanderen voor Hollanders. Voer hieronder een e-mailadres in als u hier interesse in heeft.